Geurige bodembedekker
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Wilde tijm
De Wilde tijm, botanisch Thymus serpyllum, is een lage, kruipende vaste plant die uw tuin vult met geur en roze bloei. U kiest deze soort voor haar betrouwbaarheid en haar vermogen om moeilijke, droge plekken te bekleden.
Waar plant u wilde tijm het best
Deze plant houdt van een zonnige, open plek. Ze gedijt op kalkhoudende, zandige of stenige bodems die goed doorlatend zijn. Zware, natte grond verdraagt ze slecht, dus zorg voor een luchtige ondergrond. Als plante couvre-sol résistante à la sécheresse voelt ze zich thuis op plekken waar andere planten het opgeven.
Ze verdraagt strenge kou tot ongeveer -28 graden en past goed bij een gematigd of berglandschap. In Nederlandse tuinen overwintert ze zonder bescherming.
Een dichte tapijt na enkele seizoenen
Met haar tapijtvormige, snelgroeiende groei bereikt de plant ongeveer 10 cm hoogte en breidt ze zich zijwaarts uit. Na twee tot drie jaar vormt ze een gesloten mat die onkruid onderdrukt. Het kleine, aromatische blad blijft groen en geurt sterk bij aanraking.
Tussen mei en juli verschijnen talrijke roze bloemen die bijen en vlinders aantrekken. Zo verschilt deze soort van de rechtopstaande keukentijm door haar lage, uitwaaierende houding.
Waarvoor gebruikt u deze kruipende soort
Wilde tijm is een uitstekende keuze tussen tegels, op een droge helling of in plantes de rocailles. Ze verdraagt lichte betreding en houdt een schrale bodem bedekt. Combineer haar met andere vaste planten zoals lavendel, sedum of grasachtige soorten voor een natuurlijk geheel.
Onderhoud dat weinig vraagt
Deze soort uit het geslacht tijm is opvallend ziektevrij en vraagt weinig zorg. Op te vochtige grond kunnen de wortels rotten, wat het enige echte aandachtspunt is. Voor de keuken plukt u de aromatische blaadjes vers, met een fijne, kruidige smaak die soepen en gegrilde gerechten verrijkt.
PRO TIP : Wilde tijm
Wilde tijm gedijt op een goed doorlatende, schrale bodem. Kalkhoudende, zandige of stenige grond is ideaal. Vermijd zware, natte klei, want daar rotten de wortels. Meng eventueel wat zand of grind door voor extra drainage.
Deze soort groeit het best op een volle zonplek met droge, arme grond. Ze voelt zich thuis op hellingen, in rotstuinen, tussen tegels en in bakken. Halfschaduw en vochtige plekken verdraagt ze minder goed.
De beste plantperiode loopt van maart tot mei, wanneer de grond opwarmt. Zo heeft de plant het hele seizoen om aan te slaan en een dichte mat te vormen voor de eerste winter.
Wilde tijm vraagt weinig zorg. Geef spaarzaam water, alleen bij aanhoudende droogte in het eerste jaar. Snoei na de bloei licht terug om de plant compact te houden. Bemesting is nauwelijks nodig.









