Wilde Vaste Planten voor een sterke, levendige tuin
Met wilde vaste planten bouwt u aan een tuin die met de seizoenen meebeweegt en niet elk jaar opnieuw ingericht hoeft te worden. Deze sterke soorten verdragen het Nederlandse klimaat met natte winters, wisselende voorjaren en droge weken in de zomer, mits de standplaats klopt.
Binnen de vaste planten vormen wilde soorten een betrouwbare basis voor borders, randen en natuurlijke vakken. U vindt winterharde planten, bloeiplanten voor tuin, laaggroeiende bodembedekkers en hogere soorten die structuur geven zonder veel onderhoud.
Gebruik deze planten in groepen van drie tot zeven voor snel zichtbaar effect. Combineer vroege, zomer- en late bloeiers, zodat de tuin langer voedsel biedt aan insecten. Sommige soorten sluiten ook goed aan bij vaste planten voor boeketten, wanneer u graag uit eigen tuin snijdt.
Wilde vaste planten voor border, berm en natuurlijke hoek
Kies lage soorten voor de voorrand, zoals kruipende tijm of ooievaarsbek, en hogere soorten zoals margriet, duizendblad of kattenkruid voor het middenvak. In een losse border werken herhalingen het best: dezelfde soort op meerdere plekken geeft rust. Voor een bermachtige strook mag de beplanting dichter staan, zodat de bodem snel sluit en onkruid minder ruimte krijgt.
Inheemse en natuurlijk ogende soorten kiezen
Let bij uw keuze op bloeitijd, hoogte en groeikracht. Snelgroeiende vaste planten vullen lege plekken vlot, maar geef ze voldoende ruimte naast tragere soorten. Voor zandgrond zijn droogtetolerante soorten geschikt, terwijl kleigrond baat heeft bij planten die tijdelijk vocht verdragen. In halfschaduw doen longkruid, vrouwenmantel en sommige geraniums het vaak goed.
Welke standplaats geeft de snelste start?
Plant bij voorkeur in maart, april, september of oktober, wanneer de bodem vochtig en nog goed bewerkbaar is. Maak de grond los tot een spade diep en meng op zware klei wat compost door de bovenlaag. Geef na het planten ruim water; daarna helpt een mulchlaag tegen uitdroging en opspattende aarde.
Met deze eenvoudige keuzes vergroot u de kans op een sterke start:
- Zet zonminnende soorten op minimaal zes uur direct licht per dag.
- Kies planten voor schaduw onder lichte bomen of langs een noordmuur.
- Gebruik bodembedekkers planten op 25 tot 35 cm afstand voor snelle sluiting.
- Knip uitgebloeide stengels deels terug en laat enkele zaadhoofden staan voor vogels.
- Deel te grote pollen om de drie tot vijf jaar in het voorjaar of najaar.
Na één tot twee groeiseizoenen ontstaat een tuin die voller wordt, beter tegen weerswisselingen kan en steeds minder ingrijpen vraagt. Zo groeit de beplanting mee met uw ervaring en blijft tuinieren prettig, seizoen na seizoen.