Stevige witte kool, compact en betrouwbaar
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Witte kool Tête de Pierre F1 – een compacte en betrouwbare koolsoort voor de moestuin
De witte kool Tête de Pierre F1 is een bewezen ras voor Nederlandse moestuinen. De stevige, compacte krop past goed in kleine en middelgrote tuinen en levert een goede oogst met weinig risico op mislukking.
Tête de Pierre F1, een koolsoort die past bij de Nederlandse moestuin
Brassica oleracea capitata Tête de Pierre F1 vormt een vaste, ronde krop van ongeveer 40 cm hoog. Het ras is geschikt voor teelt in de volle grond op een zonnige plek met voedselrijke, licht kleiachtige en vochthoudende grond. In Nederland plant u deze kool bij voorkeur in het voorjaar of begin van de zomer voor een herfstoogst.
Dit ras is één van de compacte koolsoorten die goed presteren in een kleinere tuin of een moestuinbed. De kroppen blijven overzichtelijk van formaat en zijn daardoor makkelijk te oogsten en te bewaren.
Zaaien en kweken van wittekoolzaad stap voor stap
Zaai het wittekoolzaad tussen februari en april onder glas, bij een temperatuur van 15 tot 18 °C. De kieming duurt gemiddeld 7 tot 10 dagen. Plant de jonge koolplanten buiten uit zodra ze vier echte blaadjes hebben, na de laatste nachtvorst, op een onderlinge afstand van 50 cm.
Als u moestuinplanten wilt kweken die goed aanslaan, is een goede bodemvoorbereiding essentieel. Werk compost of stalmest door de grond voor het planten en zorg voor een regelmatige, matige watertoevoer gedurende het groeiseizoen.
Gewone kool - Brassica oleracea kweken zonder grote problemen
De Tête de Pierre F1 heeft een goede ziektetolerantie die typisch is voor moderne F1-rassen. Let wel op koolrupsen en koolvlieg, want dat zijn de meest voorkomende problemen bij deze teelt in Nederland. Controleer de planten regelmatig en verwijder rupsen met de hand of gebruik een fijnmazig insectennet als afdekking.
Willemse raadt aan om kool niet elk jaar op dezelfde plek te zaaien. Wissel de teeltplek minstens om de drie jaar, zodat de grond gezond blijft en de kans op bodempathogenen afneemt.
Oogsten en bewaren voor een rendabele teelt
De kroppen van de witte kool Tête de Pierre F1 zijn oogstrijp in de herfst, doorgaans 90 tot 110 dagen na het uitplanten. Een rijpe krop voelt stevig aan en heeft een gesloten top. Oogst bij droog weer en bewaar de kolen op een koele, vorstvrije plek. Ze blijven enkele weken goed, ook na de eerste nachtvorst.
Dankzij de compacte grootte en de stevige krop leent dit ras zich ook goed voor verwerking in stamppot, zuurkool of als gestoomde groente. Een productief en veelzijdig ras voor elke moestuinier.
PRO TIP : Witte kool Tête de Pierre F1
Plant de jonge koolplanten buiten na de laatste nachtvorst, doorgaans vanaf half mei. Zorg dat de plant minstens vier echte blaadjes heeft voor het uitplanten. Houd een onderlinge afstand van 50 cm aan voor een goede kropontwikkeling.
Dek de planten af met een fijnmazig insectennet direct na het uitplanten. Controleer de onderkant van de bladeren wekelijks op eitjes en verwijder rupsen met de hand. Vruchtwisseling minstens om de drie jaar vermindert de kans op herhaalde aantasting.
Dit ras groeit het best in volle grond. Een bak van minimaal 50 liter met voedselrijke grond is nodig per plant. De opbrengst in een pot is lager dan in de moestuin. Volle grond op een zonnige plek geeft de beste resultaten voor dit ras.







