Gele bloei aan de waterkant
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Wederik Thyrsiflora
De Wederik Thyrsiflora, botanisch Lysimachia thyrsiflora, is een inheemse moerasplant die zich thuis voelt langs vijverranden en natte oevers. U herkent haar aan de opvallende gele bloemtrossen en haar rechtopstaande groei.
Plant deze lysimaque op een halfschaduwrijke plek in vochtige tot natte grond. Na enkele seizoenen vormt zij dichte pollen die de waterkant verstevigen en zich rustig uitbreiden. Reken op een hoogte van ongeveer 50 cm bij matige groei.
Waarom kiezen voor deze moerasplant
Lysimachia thyrsiflora onderscheidt zich van andere wederiksoorten door de bijzondere bloeiwijze. De gele bloemen groeien in korte, dichte trossen vanuit de bladoksels, in plaats van eindstandig. Zij bloeit in mei, juni en juli en trekt volop bijen en andere insecten aan.
Deze inheemse soort past goed in het assortiment Waterplanten voor natte grond en verdraagt het Nederlandse klimaat uitstekend. Met een winterhardheid tot -28 graden is zij volledig bestand tegen vorst.
Waar plant u de wederik het best
Kies een plek langs een bassin naturel, een sloot of een natuurlijke vijver. De plant gedijt in permanent vochtige tot natte grond en verdraagt zelfs ondiep water aan de rand.
Onderhoud door de seizoenen heen
Deze vaste planten vragen weinig verzorging. Verwijder in het najaar het afgestorven blad en controleer of de plant niet te ver buiten haar plek uitloopt. In het voorjaar loopt zij vanzelf weer uit.
De soort is weinig gevoelig voor ziekten. Let vooral op dat de bodem vochtig blijft tijdens droge zomers, want droogte is het enige echte aandachtspunt.
Combineren aan de waterkant
Combineer de gele bloei met blauwe of paarse oeverplanten voor een natuurlijk beeld. Zij past mooi bij gele lis, moerasvergeet-mij-nietje en zeggesoorten. Zo bouwt u seizoen na seizoen een evenwichtige, bloeiende oever op die de wederik als stevige basis gebruikt.
PRO TIP : Wederik Thyrsiflora
Plant de Wederik Thyrsiflora op een halfschaduwrijke plek in permanent vochtige tot natte grond. Zij gedijt langs vijverranden, sloten en natuurlijke waterkanten en verdraagt zelfs ondiep water aan de rand.
Planten kan het best in maart, april of oktober. In deze maanden slaat de plant goed aan doordat de bodem voldoende vochtig is en de temperaturen mild blijven.
Weinig. Verwijder in het najaar afgestorven blad en houd de bodem in droge zomers vochtig. De soort is nauwelijks gevoelig voor ziekten en loopt in het voorjaar vanzelf weer uit.












