Compacte pluimenpracht
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Lampenpoetsersgras 'Jommenik'
Het Lampenpoetsersgras 'Jommenik', botanisch Pennisetum alopecuroides js jommenik, is een compacte siergrassoort die vanaf juli tot in november zachte, geelgetinte pluimen vormt. Deze vaste plant blijft laag en past daardoor in kleinere tuinen en op terrassen.
Waarom dit lage lampenpoetsersgras uw tuin verrijkt
Met een hoogte van slechts 25 cm bij volle wasdom onderscheidt deze variëteit zich van hogere Pennisetum-soorten. Het gras vormt na enkele jaren een dicht, bolvormig pol dat structuur geeft zonder te overheersen. De groei verloopt gematigd, waardoor de plant beheersbaar blijft.
Vanaf de tweede zomer verschijnen de eerste pluimen in overvloed. Die borstelvormige aren wiegen bij de minste bries en trekken de aandacht tot in de late herfst.
Waar plant u deze graminée het best
Kies een zonnige tot licht beschaderde plek met een goed doorlatende bodem. Op zware, natte grond kan de wortelvoet in de winter wegrotten. Meng bij aanplant wat zand of grind door de aarde om de afwatering te verbeteren.
Deze plant leent zich uitstekend als herbe ornementale pour bordures en komt goed tot haar recht in randen langs paden of in potten op een zonnig terras.
Onderhoud dat het ritme van de seizoenen volgt
Het onderhoud blijft beperkt en groeit mee met uw ervaring als tuinier. Deze graminée is winterhard in het Nederlandse klimaat en verdraagt droogte goed zodra ze is aangeslagen.
Mooie combinaties met andere planten
Binnen het assortiment siergrassen laat 'Jommenik' zich goed combineren met vaste planten zoals Echinacea, Rudbeckia of lage Sedum. Willemse raadt aan om te spelen met contrast tussen de zachte pluimen en stevig bloeiende buren voor een tuin die het hele seizoen boeit.
PRO TIP : LampepoetsersgrasJommenik
Plant tussen maart en juni of in augustus en september, zodat de wortels zich vestigen voor de winter. Kies een zonnige plek met goed doorlatende grond en geef de eerste weken regelmatig water tot de plant is aangeslagen.
In het Nederlandse klimaat is de plant voldoende winterhard. Laat het verdorde blad staan tot het vroege voorjaar, want dat beschermt de wortelvoet tegen vorst. Snoei pas terug wanneer de nieuwe groei aankondigt.
Met een hoogte en breedte rond 25 tot 30 cm blijft deze variëteit compact. Houd bij aanplant ongeveer 30 cm afstand tussen de pollen, zodat elke plant genoeg ruimte krijgt om een mooie bolvorm te ontwikkelen.











