Zachte pluimen, sterk gras
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Lampenpoetsersgras 'Fairy Tails'
Het lampenpoetsersgras 'Fairy Tails', botanisch Pennisetum orientale Fairy Tails, dankt zijn naam aan de zachte, pluizige aren die aan een staartje doen denken. Deze soort kiest u voor een luchtige, natuurlijke uitstraling in een zonnige tuin.
Plant dit siergras op een warme, zonnige plek in goed doorlatende, eerder droge grond. Na twee tot drie seizoenen vormt het een volle, ronde pol van ongeveer 100 cm hoog, die de hele zomer en herfst opnieuw uitloopt.
Waarom kiezen voor deze pluizige pennisetum
De crèmewitte pluimen verschijnen van juli tot oktober boven het fijne, groene blad. Anders dan grovere grassoorten blijft dit lampenpoetsersgras compact en fijn van structuur. De bloeiaren bewegen mooi mee met de wind en zijn ook geschikt als snijbloem.
Waar plant u dit siergras het best
Een zonnige, beschutte plek geeft het mooiste resultaat. De plant verdraagt droogte goed en vraagt weinig water. Zorg vooral voor een drainerende bodem, want natte winters zijn het grootste aandachtspunt in het Nederlandse klimaat.
Dit siergras past in gemengde borders, langs paden en als lichte tuinafscheiding. In de categorie siergrassen behoort het tot de fijnere soorten voor een romantische, natuurlijke sfeer.
Hoe verzorgt u het door het jaar heen
Het onderhoud is beperkt en overzichtelijk. Met een paar gerichte handelingen per seizoen blijft de pol jarenlang fraai en gezond.
Hoe robuust is dit lampenpoetsersgras
De winterhardheid reikt tot ongeveer -11 °C (zone 8a). In een goed doorlatende bodem doorstaat de plant de meeste Nederlandse winters. De crèmewitte, honingrijke aren trekken bovendien bijen en andere insecten aan. Als lampenpoetsersgras bewijst 'Fairy Tails' zich als een betrouwbare keuze voor wie geleidelijk een pluktuin of natuurlijke border opbouwt.
PRO TIP : Lampenpoetsersgras 'Fairy Tails'
Snoei het oude blad in het vroege voorjaar terug, net vóór de nieuwe groei begint. Laat het gebladerte in de winter staan; het beschermt de pol tegen vorst en geeft structuur aan de tuin tijdens de koude maanden.
Deze soort houdt van goed doorlatende, eerder droge grond op een zonnige plek. Vermijd natte, zware bodems, want vooral tijdens vochtige winters is een goede afwatering bepalend voor een geslaagde overwintering.
De plant is winterhard tot ongeveer -11 °C, oftewel zone 8a. In een drainerende bodem doorstaat hij de meeste Nederlandse winters. Bij strenge vorst helpt een lichte laag mulch de wortels extra te beschermen.















