Zon, geur en vlinders
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Kuiflavendel
De Kuiflavendel, botanisch Lavandula stoechas, valt op door de opvallende schutbladen boven de bloemaren. Het is een geurende, groenblijvende struik die zonwarmte omzet in een lange bloei.
Waarom kiezen voor deze bijzondere lavendel
Deze soort onderscheidt zich van de gewone lavendel door haar bloemvorm met kleine 'vlaggetjes' bovenop de aar. De bloei begint vroeg, vaak al in april, en houdt bij mild weer aan tot in september. De violette kleur en de kruidige geur maken de plant meteen herkenbaar in de tuin.
Na enkele jaren vormt de Kuiflavendel een compacte, bossige struik van ongeveer 70 cm hoog en even breed. De groei verloopt gematigd, waardoor de vorm mooi gesloten blijft zonder snel uit te lopen. Het zilvergroene blad blijft ook 's winters aanwezig.
Waar plant u Lavandula stoechas het best
Deze plant vraagt een warme, zonnige plek en een goed doorlatende bodem. Een zandige, stenige of droge grond komt haar van nature ten goede, net als bij bloeiende struiken voor droge grond. Als sierlijke lavendel past ze uitstekend in een border met andere vaste planten.
De Kuiflavendel verdraagt droogte goed en vraagt weinig water. In onze streken is enige voorzichtigheid geboden, want de winterhardheid ligt rond -22 °C maar de plant is gevoelig voor vocht in combinatie met vorst. Op een balkon of terras in pot komt ze bijzonder tot haar recht.
Verzorging doorheen de seizoenen
Met enkele juiste handelingen blijft de struik jaren mooi. Het onderhoud volgt het natuurlijke ritme van de plant.
Combineren en genieten in de tuin
De Kuiflavendel is sterk drachtig en trekt bijen en vlinders aan. Ze combineert mooi met andere mediterrane gewassen en met grassen die eveneens droogte verdragen. Zo bouwt u seizoen na seizoen een tuin op die weinig water vraagt en veel plezier geeft.
PRO TIP : Kuiflavendel
Kuiflavendel is een groenblijvende halfstruik die meerdere jaren blijft leven. In onze streken gedraagt ze zich als een vaste plant, mits u haar op een droge, zonnige plek zet en beschermt tegen vocht en strenge vorst.
Snoei bij voorkeur direct na de bloei, in de nazomer. Zo behoudt de struik een compacte vorm en bloeit ze het volgende seizoen opnieuw rijk. Een lichte vormsnoei in het vroege voorjaar kan aanvullend.
Knip de uitgebloeide aren en de zachte scheuten met een derde tot de helft terug. Snoei nooit in het oude, verhoute deel, want daar loopt de plant moeilijk weer uit. Werk regelmatig en licht voor een mooie ronde vorm.













