Rode bloei, veel bijen
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Grote pimpernel
De Grote pimpernel, botanisch Sanguisorba officinalis, brengt slanke, roodbruine bloemknoppen die als kleine kolfjes boven het gebladerte zweven. Deze inheemse vaste plant past uitstekend in een natuurlijke border of een vochtige zone van de tuin.
Waarom kiezen voor Sanguisorba officinalis
Deze plant onderscheidt zich door haar luchtige, transparante verschijning. De bloemen zijn compact en dieprood, in tegenstelling tot de zachtroze pluimen van de kleine pimpernel. Ze bloeit van mei tot juli en trekt volop bijen en vlinders aan.
Na enkele jaren vormt de plant een stevige pol van ongeveer 100 cm hoog. De groei is gematigd, waardoor ze haar plaats mooi behoudt zonder woekeren.
Waar plant u deze vaste plant het best
Kies een zonnige plek met een frisse, vochtige en voedzame bodem. De grond mag rijk zijn, maar moet ook goed doorlatend blijven. In de vochtige klei- en veengronden van Nederland voelt deze soort zich uitstekend thuis.
De Grote pimpernel is bijzonder winterhard tot -39 graden. Vorst vormt geen enkel probleem, ook niet in strenge winters.
Enkele praktische tuintips
Met een paar eenvoudige gebaren houdt u de plant jarenlang gezond en bloeirijk.
Sierwaarde, keuken en combinaties
De jonge blaadjes hebben een lichte komkommersmaak en passen in salades of kruidenboter. Als aromatische vaste plant leent ze zich ook voor thee. De bloemen zijn geschikt om te snijden voor natuurlijke boeketten.
Combineer de Grote pimpernel met siergrassen, echinacea of veldsalie voor een natuurlijk beeld dat bijen en vlinders aantrekt. In het assortiment vaste planten van Willemse vindt u passende soortgenoten uit de groep Pimpernel - Sanguisorba om deze sfeer verder uit te bouwen.
PRO TIP : Grote pimpernel
De zaden zitten in de uitgebloeide, roodbruine bloemkolfjes. U kunt ze in het najaar oogsten en direct buiten zaaien. Kiemt het best na een koude winterperiode. In de tuin zaait de plant zich soms ook spontaan uit.
Kies een zonnige plek met een frisse tot vochtige, voedzame bodem. De soort verdraagt kleigrond en vochtige zones goed. Vermijd droge, schrale grond. Plant bij voorkeur in het najaar zodat de wortels zich vestigen.
Houd de bodem tijdens droogte vochtig en snijd uitgebloeide stengels terug. In het voorjaar snoeit u de plant tot bij de grond. Verdeel de pol om de paar jaar om haar krachtig en bloeirijk te houden.













