Zonnig geel de zomer door
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Gerbera geel
De Gerbera geel, botanisch Gerbera jamesonii, brengt maandenlang heldere gele bloemen op korte, stevige stelen. Deze soort bloeit langer dan veel andere zomerplanten en blijft compact, wat hem geschikt maakt voor kleine tuinen en potten.
Waarom kiezen voor deze zonnige zomerbloeier
De grote, madeliefachtige bloemen verschijnen van mei tot september, precies wanneer u het meeste buiten geniet. De plant blijft rond de 40 cm hoog en 30 cm breed, met een net, rechtopstaand groeivorm. In vergelijking met wildere margrieten oogt de Gerbera regelmatiger en kleurvaster.
Plant hem op een warme, zonnige plek. In een border geeft hij kleuraccenten tussen andere zomerplanten, in een pot op het balkon en terras vormt hij een blikvanger. Na een seizoen vult de plant zich met meerdere bloemen tegelijk.
Waar plant u de Gerbera jamesonii het beste
Kies een lichte standplaats met minstens een halve dag zon. De grond moet goed doorlatend zijn, bij voorkeur potgrond gemengd met wat zand. Staand water verdraagt de wortels slecht. In een pot met een drainagelaag komt de plant het best tot zijn recht.
Geef matig water zodra de bovenlaag droog aanvoelt. Te veel vocht leidt tot wortelrot, het belangrijkste aandachtspunt bij deze soort.
Hoe houdt u de bloei maandenlang op gang
Regelmatig onderhoud beloont u met een langere bloeiperiode. De plant is niet winterhard onder minus 3 graden en moet vorstvrij overwinteren.
Combineren en genieten seizoen na seizoen
De gele bloemen passen goed bij blauwe of paarse eenjarige planten, zoals lobelia of salvia. Zo ontstaat een fris contrast dat de hele zomer standhoudt. In de vaas blijven de gesneden bloemen lang mooi, ideaal als kleurrijke snijbloemen.
Met de juiste standplaats en wat aandacht groeit uw plant elk jaar tot een betrouwbare zomerbloeier uit.
PRO TIP : Gerbera geel
Nee, deze soort verdraagt geen vorst onder minus 3 graden. Haal de plant voor de eerste nachtvorst naar binnen en zet hem op een koele, lichte plek. Geef in de winter spaarzaam water zodat de wortels niet uitdrogen.
Zorg voor goed doorlatende grond en een pot met drainagegaten. Gebruik potgrond gemengd met wat zand en een drainagelaag onderin. Geef pas water als de bovenlaag droog aanvoelt en vermijd staand water in de schotel.
Plant in april of mei, wanneer de nachten geen vorst meer geven. Kies een warme, zonnige standplaats met minstens een halve dag zon. Houd een plantafstand van ongeveer 25 cm aan tussen de planten.

















