Zonnig exotisch accent
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Gele bromelia
De Gele bromelia, botanisch een lid van de familie Bromeliaceae, brengt een tropisch accent binnenshuis met een opvallende gele bloeischede boven een rozet van glanzende bladeren.
Waarom kiezen voor deze zonnige bromelia
Deze plant valt op door haar heldere gele bloeikleur die maandenlang aanhoudt. Anders dan veel kortlevende kamerplanten blijft de bloeischede lang decoratief, vaak meerdere maanden. Het bladrozet is groenblijvend en behoudt zijn vorm het hele jaar door.
Plaats de plant op een lichte plek zonder felle middagzon, bijvoorbeeld bij een raam op het oosten. Een halfschaduwrijke standplaats binnenshuis geeft het mooiste resultaat. Zet de bromelia in een goed doorlatend substraat, bijvoorbeeld een luchtig potgrondmengsel.
Wat mag u na verloop van tijd verwachten
Volwassen wordt de plant ongeveer 50 cm hoog en 40 cm breed. De groei verloopt rustig. De moederplant bloeit eenmaal, maar vormt daarna zijkindjes die u kunt opkweken tot nieuwe planten. Zo blijft het plezier meerdere seizoenen behouden.
Verzorging seizoen na seizoen
De bromelia vraagt matig water. Giet in het midden van de trechter en laat het substraat tussendoor licht opdrogen. In de winter geeft u minder water. De plant is niet winterhard en verdraagt geen vorst, houd de temperatuur boven 12 graden.
Waar past deze exotische plant goed
Binnenshuis siert de bromelia een vensterbank of een lichte hoek. In de zomer verhuist ze naar een beschutte plek op het balkon en terras, mits vorstvrij teruggehaald. Combineer haar gerust met andere eenjarige planten in een zomerse opstelling voor een warm, exotisch geheel.
PRO TIP : Gele bromelia
Giet lauw, kalkarm water in het midden van de bladtrechter en ververs dit regelmatig. Houd het substraat licht vochtig maar laat het tussendoor iets opdrogen. In de winter geeft u duidelijk minder water.
In de zomer mag de plant op een beschutte, halfschaduwrijke plek op het balkon of terras staan. Zij verdraagt geen vorst, dus haal haar terug naar binnen zodra de temperatuur onder 12 graden zakt.
De moederplant bloeit eenmaal en sterft daarna langzaam af, maar vormt zijkindjes aan de voet. Laat die uitgroeien tot circa een derde van de moederplant en pot ze apart op in luchtig, doorlatend substraat.














