Oranje van mei tot herfst
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Geranium - oranje
De Geranium - oranje, botanisch Pelargonium zonale Sylvia, is een uitbundige bloeier met warme oranje bloemtrossen. Deze soort dankt zijn naam aan de zonevlek op het blad, die het gewas een herkenbaar tekening geeft.
Waarom kiezen voor deze oranje pelargonium
Deze variëteit bloeit lang en gelijkmatig, van mei tot in oktober. De frisse oranje kleur onderscheidt zich van de klassieke rode en roze geraniums en brengt warmte op elke zonnige plek.
Zet de plant op een zonnige standplaats, in een balkonbak, pot of border. Na enkele weken vormt zich een compacte, goed vertakte pol die zich vult met bloemen tot de eerste nachtvorst.
Waar plant u de Pelargonium zonale Sylvia het best
Kies een lichte, zonnige plek en een goed doorlatende grond. Een mengsel van potgrond met wat extra drainage bevalt uitstekend. De plant houdt van neutrale, luchtige aarde die niet te lang nat blijft.
Als balkongeranium doet deze soort het bijzonder goed in bakken langs de reling, waar de hangende bloemtrossen goed tot hun recht komen. Ook in een borderrand tussen andere zonliefhebbers is de plant op zijn plaats.
Verzorging door het seizoen heen
De verzorging blijft eenvoudig en beloont u met een lange bloei. Matig water geven volstaat, want de plant verdraagt korte droge periodes beter dan een te natte voet.
Beschermen tegen vorst en overwinteren
Deze pelargonium is niet winterhard en verdraagt slechts lichte kou tot ongeveer -3°C. In het Nederlandse klimaat haalt u de plant voor de eerste nachtvorst binnen.
Plaats hem koel en licht, rond de tien graden, en geef spaarzaam water. In het voorjaar snoeit u de plant terug en zet u hem geleidelijk weer buiten. Zo blijft deze verwant aan de vaste planten meerdere jaren productief.
PRO TIP : Geranium - oranje
Nee, de Pelargonium zonale Sylvia verdraagt slechts kou tot ongeveer -3°C. Haal de plant voor de eerste nachtvorst binnen en plaats hem koel en licht rond tien graden. In het voorjaar zet u hem weer buiten.
Plant tussen maart en juni, wanneer geen nachtvorst meer wordt verwacht. Kies een zonnige plek en goed doorlatende potgrond. Wacht met buiten zetten tot de nachten zacht genoeg zijn, meestal vanaf half mei.
Verwijder regelmatig uitgebloeide trossen en geef om de twee weken vloeibare meststof in de zomer. Matig water geven en een zonnige standplaats zorgen voor een gelijkmatige bloei tot in oktober.
Controleer het jonge blad geregeld en spoel bladluis bij de eerste tekenen af met water. Bij aanhoudende aantasting helpt een zachte zeepoplossing. Een luchtige standplaats vermindert het risico aanzienlijk.






