Oranje snijbloempracht
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Decoratieve dahlia Omega
De Decoratieve dahlia Omega, botanisch Dahlia Omega, is een sierlijke zomerbloeier met warme oranje bloemen. Deze variëteit past uitstekend in een zonnige border of in een ruime pot op het terras.
Waarom kiezen voor deze oranje dahlia
De volle, decoratieve bloemvorm onderscheidt Omega van enkelbloemige dahlia's. De bloemblaadjes vormen een dichte, ronde bloem die het licht mooi opvangt. De kleur blijft warm en helder gedurende het hele seizoen.
In tegenstelling tot lagere pomponsoorten groeit deze plant tot ongeveer 90 cm hoog. Dat maakt haar geschikt als middengrote structuurplant in een border, met voldoende ruimte om vrij uit te groeien.
Waar plant u deze zomerbloeier
Kies een zonnige plek met minstens zes uur licht per dag. De grond mag rijk en goed doorlatend zijn, van tuinaarde tot zandige grond. Een drainerende bodem voorkomt wortelrot bij natte periodes, wat in het Nederlandse klimaat belangrijk is.
Plant de knollen tussen maart en mei, op 10 cm diepte en 40 cm van elkaar. Zo krijgt elke plant genoeg ruimte. Deze soort is een gewaardeerde keuze binnen het aanbod bloembollen voor wie een lange bloei zoekt.
Bloei, groei en resultaat na enkele jaren
Omega groeit snel en bloeit van juli tot oktober. De bloemen zijn uitstekend als snijbloem en trekken bijen en andere bestuivers aan. Na verloop van tijd vormt de knol een steviger pol met meer bloemstelen per plant.
Combineren en verzorgen door het seizoen
Combineer deze dahlia met blauwe salie of siergrassen voor contrast. In de siertuin past een dahlia goed bij late zomerbloeiers. Let op bladluizen op jonge scheuten en controleer regelmatig de onderkant van het blad.
Deze variëteit is slechts tot -5°C winterhard. Rooi de knollen in het najaar en bewaar ze vorstvrij en droog. Zo geniet u jaar na jaar opnieuw van een gezonde bloei.
PRO TIP : Decoratieve dahlia Omega
Plant de knollen tussen maart en mei, zodra de kans op late nachtvorst voorbij is. Zet ze op 10 cm diepte en houd 40 cm afstand tussen de planten. Op een zonnige, drainerende plek komen ze snel op.
Deze soort verdraagt slechts tot -5°C en is niet betrouwbaar winterhard. Rooi de knollen in het najaar voor de eerste vorst, laat ze drogen en bewaar ze vorstvrij en droog tot het volgende plantseizoen.
Controleer regelmatig de jonge scheuten en de onderkant van het blad. Spuit luizen weg met een straal water of zet nuttige insecten in. Een luchtige standplaats en niet te veel stikstof helpen de plant weerbaarder te maken.





