Zalmroze zomerbloei
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Decoratieve Dahlia Labyrint
De Decoratieve dahlia Labyrint, botanisch Dahlia Labyrinth, is een decoratieve dahlia met grote, gevulde bloemen in warme zalmtinten. De kleur speelt van perzik naar zachtroze, wat elk bloemhoofd een levendig kleurverloop geeft.
Plant deze knol op een zonnige plek in goed doorlatende, voedselrijke grond. Na een paar seizoenen vormt de plant een stevige, bossige pol van 90 tot 120 cm hoog, ideaal in een border of in een ruime pot op het terras.
Waarom kiezen voor deze zalmkleurige dahlia
Deze variëteit valt op door haar zachte kleurschakering en haar lange bloeitijd van juli tot en met oktober. Anders dan enkelvoudige dahlia's biedt dit type volle, decoratieve bloemhoofden die de border tot ver in de herfst vullen.
De bloemen zijn uitstekend geschikt als snijbloem en de plant is bovendien drachtdragend voor bijen en vlinders. Zo combineert u sier met natuurwaarde in één plant.
Waar plant u Dahlia Labyrinth het best
Kies een beschutte, volle zon plek. De grond moet drainerend zijn en verrijkt met compost of goede potgrond. Op zware kleigrond helpt het toevoegen van zand tegen natte voeten in ons Nederlandse klimaat.
Onderhoud door de seizoenen heen
Verwijder uitgebloeide bloemen regelmatig om de bloei te verlengen. De groei verloopt snel, dus een lichte bemesting in de zomer beloont u met meer bloemen. Deze dahlia's vergen weinig zorg maar houd de bladeren in de gaten tegen slakken.
Bij vorst tot -8 °C is de knol niet volledig winterhard. Rooi de knollen na de eerste nachtvorst en bewaar ze vorstvrij en droog. Zo maakt u uw dahlia knollen klaar voor het volgende seizoen.
Mooie combinaties in de border
Combineer de zalmroze tinten met paarse dahlia's voor een lange bloeiperiode of met siergrassen voor een natuurlijk effect. Deze dahlia past goed tussen andere bloembollen en zomerbloeiers in een gemengde border. Zo bouwt u seizoen na seizoen aan een tuin die tot laat in de herfst blijft bloeien.
PRO TIP : Decoratieve Dahlia Labyrint
Plant de knollen van april tot juni, wanneer de kans op nachtvorst voorbij is. Zet ze op 15 tot 20 cm diepte in doorlatende, voedselrijke grond op een zonnige plek. Houd 50 cm afstand tussen de planten aan.
De knol verdraagt lichte vorst tot -8 °C maar is niet volledig winterhard. Rooi de knollen na de eerste nachtvorst, laat ze drogen en bewaar ze vorstvrij en droog tot het voorjaar. Zo gaan ze jaren mee.
Verwijder uitgebloeide bloemen regelmatig, zodat de plant nieuwe knoppen blijft vormen. Een lichte bemesting in de zomer en matig water tijdens droge periodes stimuleren een rijke bloei tot in oktober.











