Diep rood, rijk in bloei
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Dahlia Cornel
De Dahlia Cornel, botanisch Dahlia Cornel, is een pompondahlia met bolvormige, dieprode bloemen die perfect gevormd zijn. Deze variëteit brengt maandenlang kleur en structuur in de tuin.
Waarom voor deze dieprode dahlia kiezen
De Cornel valt op door zijn compacte, ronde bloemhoofden met strak gerangschikte bloemblaadjes. In tegenstelling tot open dahlia's blijft de bloemvorm lang stevig, ook na regen. Volwassen bereikt de plant een hoogte van ongeveer 110 cm met een rechtopgaande groei.
Na enkele seizoenen vormt de knol een steeds royalere pol die van juni tot de eerste nachtvorst in november blijft bloeien. Zo geniet u ieder jaar van een langere en rijkere bloei.
Waar plant u deze dahlia het best
Kies een zonnige of licht halfschaduwrijke plek in een vruchtbare, goed doorlatende grond die vochtig blijft. Zware, natte bodems werken knolrot in de hand. De Cornel doet het uitstekend in het border of in een pot op het terras.
Onderhoud doorheen de seizoenen
Verwijder uitgebloeide bloemen regelmatig om de bloei te stimuleren. Deze dahlia hoort thuis in de categorie Bloembollen die vorstgevoelig zijn. Rooi de knollen na de eerste vorst en bewaar ze vorstvrij en droog tot het volgende voorjaar.
In een gematigd klimaat overleeft de knol de Nederlandse winter buiten niet. Met de juiste bewaring geniet u jaar na jaar van dezelfde plant.
Mooie combinaties en gebruik in de tuin
De dieprode bloemen combineren fraai met witte cosmea, blauwe salie of siergrassen. In de familie van de Dahlia is de Cornel bijzonder geschikt als snijbloem, want de bloemen blijven lang mooi in de vaas. De open bloemperiode trekt bovendien bijen en andere bestuivers aan.
PRO TIP : Dahlia Cornel
Plant de knol vanaf half mei buiten, na de ijsheiligen, wanneer er geen nachtvorst meer dreigt. U kunt de knol vanaf maart binnen voorkweken in een pot en na de vorstperiode uitplanten voor een vroegere bloei.
Rooi de knollen na de eerste nachtvorst voorzichtig uit de grond. Laat ze drogen, verwijder de grond en bewaar ze in droog zand of houtvezel op een donkere, vorstvrije plek van ongeveer 5 tot 10 graden tot het voorjaar.
Geef matig water zodat de grond vochtig blijft zonder nat te staan. In warme, droge periodes water regelmatig, vooral bij planten in pot. Vermijd wateroverlast, want dat leidt snel tot knolrot.




