Orchidee voor de tuin
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Aardorchidee (x2)
De Aardorchidee, botanisch Bletilla striata, is een verrassend winterharde orchidee die rechtstreeks in de volle grond groeit. Deze soort brengt de elegantie van orchideeën naar de tuin, zonder kas of speciale verzorging.
Waarom kiezen voor deze bijzondere tuinorchidee
De Bletilla striata onderscheidt zich van tere kamerorchideeën door haar vermogen om buiten te overwinteren tot ongeveer -5°C. In juni en juli verschijnen sierlijke paarse bloemen boven het gewelfde, geplooide blad. De plant bereikt ongeveer 35 cm hoogte en vormt met de jaren rustig grotere pollen.
Deze soort past bij tuiniers die iets ongewoons zoeken tussen hun bulbes à fleurs originaux. De bloei is fijn en verfijnd, maar de plant zelf blijft betrouwbaar en groeit elk voorjaar terug.
Waar plant u de Bletilla striata het best
Kies een plek in de zon of halfschaduw met een humusrijke, goed doorlatende bodem die niet uitdroogt. Deze aardorchidee voelt zich thuis in een border langs de rand van struiken of in een tuin met een lichte bosachtige sfeer.
Plant de knollen tussen februari en mei, ongeveer 5 cm diep, op 15 tot 20 cm afstand van elkaar. Op een beschutte, warme plek komen de eerste bladeren naar boven zodra de nachtvorst voorbij is.
Praktische tips voor een geslaagde teelt
Combineren en verzorgen door het seizoen
De Bletilla striata combineert mooi met varens, hosta's en andere schaduwminnende planten. Zo ontstaat een natuurlijk beeld met verschillende bladvormen. In een collectie voorjaarsbloembollen brengt deze orchidee een verrassend accent.
Na de bloei laat u het blad rustig afsterven, zodat de knol reserves opbouwt voor het volgende jaar. Met de juiste bescherming en geduld keert deze aardorchidee elk seizoen terug en groeit ze langzaam uit tot een sterkere plant.
PRO TIP : Aardochidee (x2)
De Bletilla striata verdraagt vorst tot ongeveer -5°C. In de meeste Nederlandse tuinen overwintert ze op een beschutte plek met een dikke laag bladeren of stro als bescherming. In koudere streken is teelt in pot verstandig, zodat u de plant vorstvrij kunt zetten.
Plant de knollen tussen februari en mei, ongeveer 5 cm diep en op 15 tot 20 cm afstand. Kies een humusrijke, goed doorlatende grond die vochtig blijft maar niet nat is. Op een warme, beschutte plek verschijnen de eerste bladeren zodra de nachtvorst voorbij is.
De verzorging is eenvoudig. Houd de grond tijdens de groei vochtig, geef in het voorjaar wat compost en laat na de bloei het blad natuurlijk afsterven. Zo bouwt de knol reserves op. Met winterbescherming keert de plant elk jaar sterker terug.








