Wit bloeiend, droogtevast
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Witte cistusroos
De Witte Cistusroos, botanisch Cistus obtusifolius, is een compacte mediterrane heester met zuiver witte bloemen. Deze cistus is de ideale keuze voor wie een tuin aangepast aan het klimaat wil aanleggen op arme, goed doorlatende grond.
Waarom kiezen voor deze witbloeiende heester
Deze cistus onderscheidt zich door zijn bescheiden formaat en zijn overvloedige, sneeuwwitte bloei in april en mei. Anders dan roze bloeiende soorten past hij door zijn heldere kleur in elke borderstijl. De bijen en andere insecten waarderen de nectarrijke bloemen.
Hij vormt een buisvormige struik van ongeveer 50 cm hoog en breed. De groei verloopt gematigd, zodat de plant zijn vorm jaar na jaar mooi behoudt zonder snel uit te groeien.
Waar plant u de Cistus obtusifolius het best
Kies een volle zon plek, warm en beschut. Deze plant hoort thuis bij mediterrane heesters die van droogte houden. De bodem moet vooral drainerend zijn, denk aan zandige, kalkrijke of steenachtige grond. Stilstaand water in de winter verdraagt hij niet.
Plant tussen maart en mei, met 50 cm afstand tussen de planten. In onze Nederlandse winters is een goed doorlatende standplaats de sleutel tot een geslaagde overwintering.
Onderhoud en verzorging door de seizoenen heen
Dit is een pretentieloze plant die weinig water vraagt en droogte goed doorstaat. Enkele eenvoudige gebaren helpen u naar succes.
Waarmee combineert u deze witte ciste
Combineer hem met lavendel, tijm of siergrassen voor een natuurlijke, droogteminnende border. Hij doet het ook goed tussen de vaste planten voor rotstuinen en op zonnige hellingen. Na enkele jaren vormt hij een stevige, bloeirijke pol die uw tuin structuur geeft.
PRO TIP : Witte cistusroos
Deze plant vraagt een goed drainerende bodem, bij voorkeur zandig, kalkrijk of steenachtig. Zware, natte grond verdraagt hij slecht. Zorg vooral in de winter voor een standplaats zonder stilstaand water.
Hij verdraagt lichte vorst mits de bodem goed doorlatend is. Bij strenge kou en langdurige nattigheid kan hij lijden. Bescherm jonge exemplaren met een winddoek en plant op een beschutte, zonnige plek.
Snoei licht direct na de bloei in mei of juni om een compacte vorm te behouden. Snoei nooit in oud hout, want daaruit loopt de plant slecht opnieuw uit. Beperk u tot het bijknippen van jonge scheuten.



















