Bloei tot in de winter
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Wintergroene lantaarn
De Wintergroene lantaarn, botanisch Abutilon megapotamicum, is een sierlijke heester met hangende bloemen in fuchsia en geel. Deze soort dankt haar naam aan de lampionvormige bloemen die maandenlang aan de soepele takken bengelen.
Waarom kiezen voor de Abutilon megapotamicum
Deze plant valt op door haar lange bloeitijd, van juli tot in november. Terwijl veel andere bloeiende heesters in het najaar uitgebloeid zijn, blijft deze soort doorbloeien wanneer de rest van de tuin rustiger wordt.
Het blad blijft groen gedurende het hele jaar. Dat maakt de plant ook buiten de bloeiperiode aantrekkelijk op een terras of balkon.
Waar plant u deze sierheester het best
De Abutilon megapotamicum houdt van een halfschaduwrijke, beschutte plek. In de Nederlandse tuin gedijt zij goed in een pot of bak, zodat u haar bij vorst kunt verplaatsen. De grond mag doorlatend en fris zijn.
Deze soort bereikt op termijn ongeveer 200 cm hoogte. Met haar soepele, iets overhangende takken laat zij zich prima leiden langs een pergola of muur op een zonnige tot half beschaduwde plek.
Hoe verzorgt u de plant per seizoen
De groei verloopt gestaag. Na enkele jaren vormt zich een volle plant met een rijke, terugkerende bloei. Bij zorgvuldige verzorging blijft zij vele seizoenen mooi.
Met welke planten combineert u de Wintergroene lantaarn
Combineer deze plant met andere heesters in potten voor een gevarieerd terras. De nectarrijke bloemen trekken bijen aan en passen mooi bij lage, blauwbloeiende vaste planten. Zo bouwt u seizoen na seizoen aan een tuin die plezier blijft geven.
PRO TIP : Wintergroene lantaarn
De plant is winterhard tot ongeveer -8 graden. In het Nederlandse klimaat kunt u haar het best in een pot houden en bij strenge vorst naar een lichte, vorstvrije plek verplaatsen, zoals een serre of koele veranda.
Plant in april of mei in een ruime pot met doorlatende, frisse grond. Kies een halfschaduwrijke, beschutte plek. Geef na het planten gematigd water en laat de grond tussendoor licht opdrogen.
De waterbehoefte is gematigd. Houd de grond licht vochtig tijdens de groei en bloei, maar vermijd natte voeten. Laat de bovenlaag tussen twee gietbeurten iets opdrogen om wortelrot te voorkomen.




















