Fris groen in de schaduw
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Wijfjesvaren
De Wijfjesvaren, botanisch Athyrium filix-femina, is een sierlijke inheemse varen voor vochtige, schaduwrijke plekken. Zijn fijn verdeelde bladeren geven een luchtige, elegante uitstraling die weinig andere planten evenaren.
Waarom kiezen voor deze fijne schaduwvaren
Deze varen vormt een open, uitgespreide pol met veervormig blad. Na enkele jaren bereikt hij ongeveer 80 tot 120 cm hoogte en 60 tot 90 cm breedte. De groei is matig maar gestaag, waardoor de plant elk seizoen voller en overtuigender wordt.
Anders dan de stevige mannetjesvaren oogt de Wijfjesvaren tengerder en luchtiger. Het lichtgroene loof beweegt mee met de wind en brengt beweging in donkere hoeken.
Waar plant u Athyrium filix-femina het best
Kies een plek in halfschaduw of schaduw, zoals onder bomen of langs een noordmuur. De bodem moet vochtig, humusrijk en licht zuur blijven. Deze varen verdraagt geen langdurige droogte, dus zorg voor een koele standplaats.
Als volwaardige vaste planten keert de Wijfjesvaren elk voorjaar betrouwbaar terug. De plant is volledig winterhard in het Nederlandse klimaat en verdraagt vorst zonder problemen.
Zo houdt u uw varen in topconditie
Het onderhoud is beperkt en toegankelijk voor beginnende tuiniers. Met enkele eenvoudige gewoontes blijft de plant jarenlang gezond en sierlijk.
Combineren met andere schaduwminnaars
De luchtige structuur past mooi bij hosta's, astilbes en schuimbloem. Samen vormen ze een rustig, gelaagd geheel in de schaduwtuin. Binnen collecties van varens biedt deze soort een fijnere textuur die contrasteert met breder blad.
Let op de standplaats want te veel zon en droogte doen het loof verbranden. Op de juiste plek geeft deze varen jarenlang tuinplezier, seizoen na seizoen.
PRO TIP : Wijfjesvaren
De wijfjesvaren groeit matig en bereikt na drie tot vier seizoenen zijn volwassen formaat van 80 tot 120 cm hoog. Elk jaar wordt de pol voller, mits de standplaats vochtig en schaduwrijk blijft.
Deze varen houdt van blijvend vochtige grond en verdraagt langdurige droogte slecht. Bij droog weer verbrandt het loof snel. Plant hem op een koele plek en houd de bodem tijdens de zomer voldoende vochtig.
Laat de afgestorven bladeren gerust staan tijdens de winter, ze beschermen de voet tegen vorst. Knip ze pas aan het einde van de winter weg, net voordat het nieuwe loof in het voorjaar opkomt.

















