Groen blad, elk seizoen
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Vingerplant
De Vingerplant, botanisch Fatsia japonica, valt op door zijn grote, glanzende bladeren in de vorm van een hand. Deze wintergroene struik brengt structuur en groen in schaduwrijke tuinen, ook tijdens de koude maanden.
Plant hem op een beschutte, half beschaduwde of schaduwrijke plek in vochtige, goed doorlatende grond. Na enkele jaren vormt de plant een breed uitwaaierende struik van ongeveer 2,5 meter hoog, die volume en diepte aan uw tuin geeft.
Waarom kiezen voor de Fatsia japonica
Deze soort onderscheidt zich door zijn opvallend grote handvormige bladeren, die tot 40 cm breed worden. Anders dan veel wintergroene struiken houdt de Vingerplant ook in schaduw een frisse, diepgroene kleur. In oktober tot december verschijnen bolvormige witte tot groene bloemschermen, gevolgd door zwarte besjes.
Waar plant u deze struik het best
De Vingerplant gedijt in een half beschaduwde of schaduwrijke ligging, beschut tegen koude oostenwind. Hij voelt zich thuis in een gematigd zeeklimaat en verdraagt vorst tot ongeveer -11 °C. In koudere delen van Nederland kiest u een muur of hoek die warmte vasthoudt.
Onderhoud en gebruik in de tuin
De Vingerplant groeit matig en vraagt weinig onderhoud. Water bij droogte, want de plant houdt van een frisse bodem. Snoei licht in het voorjaar om de vorm te behouden. Hij is geschikt voor een schaduwrijk terras of als groene achtergrond tussen andere wintergroene heesters.
Combineer hem met varens, hosta's of hortensia's voor een weelderige schaduwtuin. Tussen andere heesters vormt hij een blijvend groen accent dat de tuin het hele jaar leven geeft.
PRO TIP : Vingerplant
De Vingerplant houdt van een frisse, vochtige bodem. Geef matig water zodat de grond nooit volledig uitdroogt, vooral bij warm en droog weer. Vermijd wel staand water, want de wortels hebben een goed doorlatende bodem nodig.
Een Vingerplant bloeit wanneer hij voldoende volgroeid is en op een geschikte, beschutte plek staat. De bloei valt laat in het seizoen, van oktober tot december, met bolvormige witte tot groene bloemschermen. Een rustige, half beschaduwde ligging bevordert de bloei.
Slap hangende bladeren wijzen meestal op watergebrek of juist te natte wortels. Controleer de bodem en pas de watergift aan naar een frisse, matig vochtige grond. Ook felle zon of koude tocht kan de bladeren doen verslappen; verplaats de plant naar een beschutte, beschaduwde plek.

















