Zwarte papegaaitulp
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Tulp Black Parrot
De Tulp Black Parrot, botanisch Tulipa 'Black Parrot', is een laatbloeiende papegaaitulp met diep purperzwarte, gefranjerde bloemen. Deze variëteit trekt meteen de aandacht in elk voorjaarsborder.
Waarom kiezen voor deze donkere papegaaitulp
De bloemblaadjes zijn gekruld, ingesneden en soms licht groen geaderd. Dat geeft de bloem een grillige, veerachtige vorm die andere tulpen missen. Anders dan gladde Triumph-tulpen speelt hier de textuur de hoofdrol.
De planten worden ongeveer 45 tot 55 cm hoog. De bloemen openen zich breed in de zon en tonen dan een dieppaarse gloed. In een groep geplant ontstaat een sterk contrast met lichtere voorjaarsbloeiers.
Waar plant je Tulipa 'Black Parrot' het best
Kies een plek in volle zon of lichte halfschaduw. De bodem moet goed doorlatend zijn, want stilstaand water in de winter laat de bollen wegrotten. Op zware kleigrond helpt een laagje scherp zand onderin het plantgat.
Plant de bollen in de herfst, tot in november, zolang de grond niet bevroren is. Het Nederlandse klimaat past deze tulp uitstekend, mits de standplaats niet te nat blijft.
Hoe zorg je voor een geslaagde bloei
De bloei valt in de late lente, meestal in mei. Na enkele jaren kan de bloei afnemen, zoals bij veel dubbele en gefranjerde tulpen. Regelmatig bijplanten houdt het beeld sterk.
Combineren in de voorjaarsborder
De donkere kleur komt goed tot zijn recht naast witte of zachtroze tulpen en fris opkomend blad. Ook vergeet-mij-nietjes en witte narcissen vormen een rustig tegenwicht. In de collectie van Willemse vindt u passende voorjaarsbloeiers om deze tulp mee te omringen. Let op vraatschade door slakken in vochtige periodes.
PRO TIP : Tulp Black Parrot
Plant de bollen in de herfst, van oktober tot in november, zolang de grond niet bevroren is. Zet ze op ongeveer 15 cm diepte met de punt naar boven. Zo wortelen ze voor de winter en bloeien ze de volgende lente.
Papegaaitulpen bloeien het sterkst in het eerste en tweede jaar. Daarna kan de bloei afnemen, vooral op natte grond. Laat het loof afsterven om de bol te voeden en plant af en toe bij voor een vol beeld.
Een goed doorlatende bodem is essentieel. Op zware kleigrond werkt u wat scherp zand door de aarde of legt u een zandlaagje onderin het plantgat. Stilstaand winterwater laat de bollen anders wegrotten.















