Exotische bloei, winterhard
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Tuingloxinia
De Tuingloxinia, botanisch Incarvillea delavayi, verrast met grote roze trompetbloemen die een exotische indruk wekken maar verrassend goed tegen ons klimaat bestand zijn. Deze vaste plant brengt kleur en structuur in de border.
Waarom kiezen voor deze bijzondere bergplant
Ondanks haar tropische uitstraling is deze plant winterhard tot -22 °C. Ze verdraagt vorst goed en komt elk voorjaar opnieuw op. Voor Nederlandse tuinen is dat een geruststellende eigenschap.
De Incarvillea delavayi onderscheidt zich van veel andere exotisch ogende soorten door haar betrouwbaarheid. Ze vraagt weinig en beloont u jaar na jaar met een terugkerende bloei.
Waar plant u de Incarvillea het best
Kies een zonnige of halfschaduwrijke plek met een goed doorlatende bodem. Staand water in de winter is het grootste risico. Gewone tuingrond, neutraal en drainerend, volstaat.
Welk resultaat mag u na enkele jaren verwachten
De plant vormt een opgaande pol tot ongeveer 50 cm hoog met fijn gevederd blad. In mei en juni verschijnen de roze trompetbloemen, ideaal ook als snijbloem in vaas.
De groei verloopt matig, dus de pol wordt geleidelijk voller. Met deze plant breidt u uw collectie vaste plantenbloemen uit met een opvallend en tegelijk pluktuinvriendelijk accent. Deze plant van Willemse groeit rustig uit tot een blijvende waarde.
Met welke planten combineert u haar mooi
Combineer haar met lage grassen of grijsbladige soorten die de roze tinten benadrukken. In een rotstuin of langs de rand van een border komt ze goed tot haar recht. Ze past uitstekend tussen andere vaste planten met een matige hoogte.
Let op bladluizen in het voorjaar. Controleer de jonge scheuten regelmatig en grijp vroeg in. Snijd uitgebloeide stengels weg om de plant netjes te houden en verwelkomt zo een nette pol richting de zomer.
PRO TIP : Tuingloxinia
Ja, deze plant verdraagt temperaturen tot -22 °C en overwintert probleemloos in de volle grond. Zorg wel voor een goed doorlatende bodem, want vooral natte winternat vormt een groter risico dan de kou zelf.
Plant in april, mei, september of oktober op 10 cm diepte. Houd 20 cm afstand tussen de planten. Kies een zonnige of halfschaduwrijke plek en werk bij zware grond wat zand of grind in voor extra drainage.
Controleer de jonge scheuten in het voorjaar regelmatig. Verwijder luizen vroeg met een straal water of een zachte zeepoplossing. Vroeg ingrijpen voorkomt dat de kolonie zich uitbreidt over de knoppen en stengels.


















