Sierlijk en snelgroeiend
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Treurwilg
De Treurwilg, botanisch Salix babylonica, is een sierlijke boom met lange, afhangende takken die tot op de grond reiken. Hij vormt het hart van een romantische tuin en groeit snel uit tot een indrukwekkende blikvanger.
Waarom de Salix babylonica een geliefde solitair is
Deze boom kiest u voor zijn treurende, overhangende vorm en zijn rustgevende silhouet. De fijne, langwerpige bladeren bewegen mee met de wind en geven de tuin een levendig, kalmerend karakter.
Plaats hem als solitair op een ruime plek. Een treurwilg bereikt na jaren een hoogte van 10 tot 15 meter, met een brede, afhangende kroon. Reken op een flinke ruimte rondom de boom.
Op welke plek gedijt een treurwilg het best
Deze boom houdt van een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats. Hij voelt zich thuis in vochtige, verse en voedselrijke grond, bijvoorbeeld nabij een vijver, sloot of waterpartij. In een gematigd klimaat zoals in Nederland groeit hij uitstekend.
De waterbehoefte is hoog. Op een droge, zanderige plek zal de wilg minder goed groeien. Vermijd daarom plekken die snel uitdrogen.
Snelle groei en het onderhoud per seizoen
De treurwilg groeit snel en vormt binnen enkele jaren een volle kroon. Zijn wortels zijn krachtig, houd daarom voldoende afstand tot leidingen, riolering en verharding. Dat is een reëel aandachtspunt bij het planten.
Het onderhoud verdeelt u over het jaar. Zo houdt u de boom gezond en in vorm:
Combineren met andere planten en bomen
De treurwilg staat prachtig alleen, maar komt ook goed tot zijn recht tussen andere bomen langs een waterkant. Onderaan combineert u hem met vochtminnende vaste planten zoals dotterbloem, moerasspirea of zegge. Zo ontstaat een natuurlijke, romantische oever.
De bloei valt in maart en april, met fijne katjes. Met een winterhardheid tot -19°C verdraagt deze wilg de Nederlandse winter goed en keert hij elk voorjaar betrouwbaar terug.
PRO TIP : Treurwilg
Snoei de treurwilg in de late winter of het vroege voorjaar, buiten de vorstperiode. De boom is dan in rust en herstelt snel. Vermijd snoeien tijdens strenge vorst of in de zomer bij grote hitte.
Verwijder eerst dood en beschadigd hout. Dun daarna de kroon uit zodat licht en lucht erdoor kunnen. Kort te lange takken in boven een naar buiten gerichte knop. Houd de treurende, afhangende vorm intact door voorzichtig te werken.
Houtas bevat kalk en kalium, maar strooi het spaarzaam uit. Te veel as verhoogt de zuurgraad en verzilt de grond. Een dunne laag rondom de boom volstaat, bij voorkeur in het voorjaar en vermengd met de bovenlaag van de grond.
Reken op een ruime, open plek. De boom wordt 10 tot 15 meter hoog met een brede kroon en krachtige wortels. Houd voldoende afstand tot gebouwen, leidingen en verharding om schade te voorkomen.
Ja, de waterbehoefte is hoog. De boom gedijt het best op vochtige tot natte grond, bijvoorbeeld bij een vijver of sloot. Geef jonge bomen in de eerste jaren extra water tijdens droge perioden.










