Peper uit eigen tuin
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Tasmaanse Peper
De Tasmaanse Peper, botanisch Drimys lanceolata, is een groenblijvende heester met opvallende rode stengels en aromatische bladeren die als peperkruid dienen. Deze soort combineert sierwaarde en gebruik in de keuken.
Plant hem op een halfschaduwrijke plek in zure, rijke en goed doorlatende grond. Na enkele jaren vormt hij een dichte struik van 2 tot 2,5 meter hoog, ideaal als solitair of in een gemengde border.
Waarom kiezen voor deze aromatische heester
De Drimys lanceolata onderscheidt zich door zijn dieprode takken die het hele jaar door kleur geven. In het voorjaar verschijnen kleine roomwitte bloemen die bijen aantrekken. Het is een geliefde keuze bij wie zoekt naar arbres et arbustes qui attirent les abeilles et les papillons.
Waar plant u de Tasmaanse Peper het best
Deze heester houdt van beschutte, halfschaduwrijke plekken en verdraagt wind goed. Hij past uitstekend in een haag, als losse struik of in een border. Het blad blijft groen in de winter, waardoor de tuin ook in het koude seizoen structuur behoudt.
De grond moet zuur, voedzaam en goed doorlatend zijn. Vermijd te natte plekken, want stilstaand water tast de wortels aan.
Welke verzorging vraagt deze struik door het jaar heen
De groei is traag, dus geduld loont. Water matig, vooral in droge periodes. Bescherm jonge planten tegen strenge vorst, want de winterhardheid reikt tot ongeveer -11 graden.
Met welke planten combineert u hem
Als groenblijvende heester past hij mooi bij andere Wintergroene heesters en vaste planten met een zuurminnend karakter, zoals rododendron of azalea. In een border met heesters vormt hij een blijvend rode accentkleur. Let op, alle plantendelen zijn giftig voor huisdieren.
PRO TIP : Tasmaanse Peper
Hij verdraagt vorst tot ongeveer -11 graden, zone 8a. In het grootste deel van Nederland kan hij buiten staan, maar bescherm jonge planten en de voet met bladeren of stro bij strenge vorst.
Ja, gedroogd blad en bessen geven een pittige, peperachtige smaak aan gerechten. Gebruik ze gemalen als kruiderij. Let op, alle plantendelen zijn giftig voor huisdieren, bewaar ze buiten hun bereik.
Kies een halfschaduwrijke, beschutte plek met zure, voedzame en goed doorlatende grond. De struik verdraagt wind, maar houdt niet van stilstaand water. Plant bij voorkeur tussen september en november.






















