Bodembedekker in schaduw
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Smeerwortel Goldsmith
De smeerwortel Goldsmith, botanisch Symphytum grandiflorum Goldsmith, is een lage vaste plant die zich uitstekend leent als bodembedekker. Kies deze variëteit voor plekken in de tuin waar veel andere planten het moeilijk hebben.
Waarom kiezen voor deze bijzondere smeerwortel
Deze variëteit onderscheidt zich door haar bijzonder decoratieve blad. De randen kleuren geelgroen tot roomkleurig, waardoor het gewas ook zonder bloei opvalt. Zo brengt u licht in donkere hoeken.
In vergelijking met de hogere Symphytum officinale blijft Goldsmith met circa 25 cm laag en compact. De plant vormt een dicht, kruipend tapijt in plaats van rechtop groeiende stengels.
Waar plant u deze bodembedekker het best
Goldsmith gedijt in halfschaduw en volle schaduw, precies waar gazon en veel vaste planten teleurstellen. Zij verdraagt de schaduw onder bomen en langs noordmuren goed.
Plant haar in een frisse, humusrijke tuingrond die niet volledig uitdroogt. Onder loofbomen voelt deze soort zich thuis, mede door haar plaats binnen de wilde vaste planten die van natuurlijke standplaatsen houden.
Wat mag u na enkele jaren verwachten
Na twee tot drie seizoenen sluit het blad zich tot een dicht tapijt. Dit gebladerte onderdrukt onkruid op natuurlijke wijze en vraagt daarna nauwelijks onderhoud.
In april en mei verschijnen roomkleurige, klokvormige bloemen. Deze bloei is bijzonder waardevol voor bijen en hommels vroeg in het seizoen.
Onderhoud en aandachtspunten door het jaar heen
De plant is winterhard tot -28 °C en overleeft strenge Nederlandse winters zonder bescherming. Zij verdraagt kortstondige droogte, maar bloeit en groeit het mooist op een frisse bodem.
Verwijder na de bloei versleten blad om nieuwe groei aan te moedigen. Combineer smeerwortel met varens, hosta's en longkruid voor een natuurlijke schaduwborder. Let op dat het stuifmeel bij gevoelige personen luchtwegallergie kan geven.
PRO TIP : Smeerwortel Goldsmith
Kies een plek in halfschaduw of volle schaduw met een frisse, humusrijke bodem. Onder loofbomen of langs een noordmuur voelt de plant zich thuis. Vermijd volle zon in combinatie met droge grond, want dan blijft de groei achter.
Plant op 30 tot 40 cm onderlinge afstand, wat neerkomt op ongeveer zes tot acht exemplaren per vierkante meter. Na twee tot drie seizoenen sluit het blad zich tot een dicht tapijt dat onkruid tegenhoudt.
Water de eerste weken na het planten regelmatig. Daarna volstaat een laag bladcompost in het voorjaar en het verwijderen van versleten blad na de bloei. De plant is winterhard en vraagt verder nauwelijks aandacht.








