Blauw dat bijen lokt
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Slangenkruid
Het Slangenkruid, botanisch Echium vulgare, is een inheemse tweejarige plant die opvalt door haar diepblauwe bloemen. Ze past bij een natuurlijke tuin en trekt volop bijen en vlinders aan.
Waarom kiezen voor deze blauwe Echium
Deze plant houdt van een zonnige, warme standplaats. Ze verdraagt droogte uitstekend en gedijt op arme, doorlatende grond waar veel andere soorten het moeilijk hebben. Na twee seizoenen zaait ze zichzelf uit en keert ze spontaan terug in de tuin.
In het eerste jaar vormt het Slangenkruid een bladrozet. Het tweede jaar verschijnen rechtopstaande stengels tot ongeveer 60 cm hoog, bezet met talrijke blauwe bloemen.
Waar plant u deze wilde bloem
Kies een open, zonnige plek op zand, kalk of stenige grond. Deze soort is een van de betrouwbaarste plantes résistantes à la sécheresse voor droge, schrale hoeken. Wateroverlast verdraagt ze slecht, dus een goed doorlatende bodem is belangrijk.
Bloei en waarde voor bijen
Van mei tot augustus bloeit de plant lang en gulzig. De bloemen kleuren van roze naar helderblauw en zijn zeer rijk aan nectar. Als vaste plantenbloemen in een gemengd bed vormt ze een sterke aantrekkingskracht op honingbijen, wilde bijen en vlinders.
Ze combineert mooi met andere vaste planten voor droge grond, zoals lavendel, wilde marjolein en gele kamille. Zo ontstaat een levendig, insectvriendelijk geheel.
Onderhoud door de seizoenen
Het Slangenkruid vraagt weinig zorg. Ze is winterhard tot ongeveer -22°C en doorstaat vorst goed. In het najaar mag u een deel van de zaaddozen laten staan zodat de plant zich verspreidt.
Let op, deze soort is giftig voor huisdieren en de bladharen kunnen de huid irriteren. Plant haar daarom op een rustige plek en geniet er seizoen na seizoen van.
PRO TIP : Slangenkruid
Slangenkruid is geen echte vaste plant maar een tweejarige. Het eerste jaar vormt ze een bladrozet, het tweede jaar bloeit ze en zet zaad. Door zelfzaai keert ze wel jaar na jaar spontaan terug in de tuin.
Zaai in maart, april, mei of in september op een kale, zonnige plek. Zaai bij voorkeur ter plaatse, want de plant vormt een lange penwortel die verplanten slecht verdraagt. Druk het zaad licht aan zonder te bedekken.
De plant gedijt het best op arme, doorlatende grond zoals zand, kalk of stenige bodem. Vermijd natte of zware klei. Geef geen mest, want juist op schrale grond bloeit ze het rijkst.


















