Rood die alle ogen trekt
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Ranonkel Pauline (10x)
De Ranonkel Pauline, botanisch Ranunculus asiaticus Pauline, is een vroegbloeiende knol met dubbele, dieprode bloemen. Deze variëteit is gekozen om haar volle bloemvorm en haar lange houdbaarheid in de vaas.
Waarom kiezen voor deze rode ranonkel
De bloemen tellen talrijke fijne bloemblaadjes, wat een compact en gevuld resultaat geeft. In tegenstelling tot enkelbloemige soorten oogt Pauline voller en decoratiever in het bed.
De plant bloeit vanaf mei en biedt een intens rode kleur. Na enkele weken vormt elke knol meerdere bloemstelen, wat het volume in de tuin geleidelijk vergroot.
Waar plant u deze knollen het best
Kies een zonnige plek met een verse, goed doorlatende bodem. Zand, rijke tuinaarde of potgrond passen goed, mits het water vlot wegloopt. Op een balkon gedijt de plant ook prima in pot of bak.
In het Nederlandse klimaat is de knol slechts beperkt winterhard. Bescherm daarom tegen aanhoudende vorst. Deze bloembollen komen oorspronkelijk uit het mediterrane gebied en verdragen kou minder goed dan tulpen of narcissen.
Zo slaagt u met het planten en verzorgen
Het planten gebeurt eenvoudig en het resultaat verschijnt snel dankzij de vlotte groei. Volg deze gerichte adviezen voor een geslaagde bloei.
Combineren en gebruiken in de tuin
De Ranunculus asiaticus Pauline vormt buissige pollen van 30 tot 40 cm hoog. Combineer het rood met witte of blauwe voorjaarsbloeiers voor een rustig contrast.
Als snijbloem staat deze ranonkel lang op de vaas. Zo geniet u seizoen na seizoen, in het bed én binnenshuis. Willemse begeleidt u graag bij de opbouw van een bloeiende tuin.
PRO TIP : Ranonkel Pauline(10x)
U kunt de knollen planten van september tot april, afhankelijk van uw regio. In het Nederlandse klimaat is een voorjaarsplanting het veiligst, omdat de knol gevoelig is voor strenge vorst tijdens de winter.
De winterhardheid is beperkt. Bij strenge of langdurige vorst rooit u de knollen na de bloei en bewaart u ze droog en vorstvrij. In een pot verplaatst u de plant eenvoudig naar een beschutte plek.
Kies een zonnige standplaats met verse, goed doorlatende bodem. Plant de knollen 5 cm diep en water regelmatig zonder wateroverlast. Zo vormt elke knol meerdere bloemstelen met dieprode bloemen.





