Bont blad, gouden gloed
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Randjesbloem Old Gold
De Randjesbloem Old Gold, botanisch Arabis ferdinandi-coburgii Old Gold, is een lage bodembedekker met opvallend geelbont wintergroen loof en witte lentebloemen. Kies deze variëteit voor zonnige randen waar u het hele jaar structuur en kleur wenst.
Plant hem in een goed doorlatende, drogere bodem op een zonnige plek. Na twee à drie seizoenen vormt hij dichte, laaggroeiende matten van amper tien centimeter hoog, die de grond bedekken en onkruid onderdrukken.
Waarom Old Gold zich onderscheidt
Anders dan de gewone groenbladige rotskressen behoudt deze selectie zijn heldere goudgele bladranden in alle seizoenen. Ook in de winter blijft het blad sierlijk, waardoor de tuin ook buiten de bloei aantrekkelijk oogt.
De groei is snel, maar het gewas blijft compact en woekert niet. Zo houdt u de plek jarenlang overzichtelijk zonder ingrijpend snoeiwerk.
Waar plant u deze randjesbloem
Deze soort gedijt het best in de volle zon en op een droge, drainerende bodem. Zware, natte klei verdraagt hij slecht, dus meng bij twijfel wat zand of grind door de grond. Op steenmuurtjes, in rotstuinen en langs paden komt hij goed tot zijn recht.
Bloei en waarde voor bijen
Van maart tot mei verschijnen talrijke witte bloempjes boven het bonte blad. Deze vroege bloei is drachtplant voor bijen en andere insecten, precies wanneer voedsel in de tuin nog schaars is. Bij de vaste plantenbloemen is dit een dankbare keuze voor een levendige border.
Onderhoud door de seizoenen heen
Deze variëteit is winterhard tot ongeveer -19 °C en overleeft de Nederlandse winters probleemloos. Na de bloei geeft een lichte terugsnoei een compacter gewas. In het najaar vraagt hij nauwelijks zorg, wat hem ideaal maakt tussen andere vaste planten in de border.
Let vooral op de waterhuishouding, want stilstaand vocht is het enige echte risico. Op een goed doorlatende plek beloont deze bodembedekker u seizoen na seizoen met een betrouwbaar, kleurrijk tapijt.
PRO TIP : Randjesbloem Old Gold
Kies een zonnige plek met een goed doorlatende, drogere bodem. Rotstuinen, steenmuurtjes en padranden zijn ideaal. Vermijd zware, natte klei en meng bij twijfel wat zand of grind door de grond voor een betere drainage.
Weinig. De plant verdraagt droogte goed en gedijt op drogere grond. Giet enkel bij langdurige droogte in het eerste jaar. Stilstaand vocht is het grootste risico, dus een drainerende bodem blijft belangrijk.
Knip na de bloei in mei de uitgebloeide stengels licht terug voor een compacter, verzorgd gewas. Verder vraagt de plant nauwelijks zorg. In het najaar hoeft u niets te doen; het wintergroene loof blijft sierlijk.
















