Weelderige tweekleurige bloei
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Pioenroos White Cap
De Pioenroos White Cap, botanisch Paeonia lactiflora White Cap, is een tweekleurige pioen met een fuchsiaroze bloemkrans en een lichter, roomkleurig hart. Deze vaste plant komt jaar na jaar terug en wint met de tijd aan volume en bloeirijkdom.
Waarom deze pioen een blijvende keuze is
White Cap onderscheidt zich door zijn opvallende contrast tussen de buitenste kroonbladeren en het bleke, gevulde midden. Anders dan veel eenkleurige Pioenen brengt deze variëteit diepte in het bloembed. De geur is aangenaam en maakt de plant geschikt als sierbloem én als bron van snijbloemen.
Op een zonnige plek in doorlatende grond ontwikkelt de plant zich tot een stevige pol van ongeveer 90 cm hoog. In het derde en vierde jaar bereikt hij zijn volle vorm en levert dan de meeste bloemen op.
Waar plant u Paeonia lactiflora White Cap het best
Kies een zonnige plek, beschut tegen sterke wind. De bodem mag humusrijk en licht zuur zijn, en moet vooral goed doorlatend blijven om natte wortels te vermijden. Plant de knollen niet te diep, met de knoppen hooguit drie centimeter onder het oppervlak. Te diep planten remt de bloei.
Een betrouwbare plant, seizoen na seizoen
Deze pioen is winterhard tot ongeveer -28 °C en overwintert in de Nederlandse tuin zonder bescherming. De bloei valt in mei en juni. Verwijder uitgebloeide bloemen om de plant netjes te houden, en knip het loof pas in het najaar terug, wanneer het vanzelf afsterft.
Binnen het assortiment pioenen combineert White Cap fraai met andere Vaste planten zoals salie, kattenkruid of siergrassen. Zo verlengt u de sierwaarde van het bloembed.
Wat u van White Cap mag verwachten
In het eerste jaar richt de plant zich op de wortelvorming en bloeit hij nog matig. Vanaf het tweede seizoen neemt het aantal bloemen toe. Met een geschikte standplaats staat White Cap tientallen jaren op zijn plek en wordt hij elk jaar mooier. Willemse begeleidt u graag bij die groei.
PRO TIP : Pioenroos White Cap
Plant de knollen tussen september en maart, buiten vorstperioden. Zet de knoppen hooguit drie centimeter onder het oppervlak, want te diep planten remt de bloei aanzienlijk.
In het eerste seizoen richt de plant zich vooral op de wortelvorming. Vanaf het tweede en derde jaar neemt het aantal bloemen duidelijk toe. Geduld en een goede standplaats zijn hier de sleutel.
Kies een zonnige, windbeschutte plek met humusrijke, licht zure en goed doorlatende grond. Vermijd natte plekken, want stilstaand water rond de wortels leidt tot problemen.












