Ranke pluimen in de wind
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Pijpenstrootje Karl Foerster
Het pijpenstrootje Karl Foerster, botanisch Molinia arundinacea karl foerster, is een sierlijk gras met een strak opgaande vorm. Het brengt hoogte en beweging in de border, zelfs op vochtige of zure grond.
Waarom kiezen voor deze molinie
Deze variëteit valt op door haar smalle, verticale silhouet. De rechtopstaande halmen dragen vanaf juli fijne, beigekleurige pluimen die tot ver in de herfst blijven staan. Anders dan lagere pijpenstrootjes reikt dit gras tot ongeveer 200 cm hoog, terwijl de voet compact blijft.
Het feuillage kleurt in het najaar goudgeel en licht doorschijnend op in tegenlicht. Zo krijgt uw tuin een tweede seizoen aan sierwaarde, wanneer veel andere planten al zijn uitgebloeid.
Waar plant u dit gras het best
Kies een zonnige of halfschaduwrijke plek. De molinie houdt van vochtige, frisse grond en verdraagt zure, humeuze en kleiige bodems goed. Een doorlatende ondergrond voorkomt wateroverlast in de winter. In het gematigde Nederlandse klimaat is de plant volledig winterhard tot circa -22 °C.
Deze siergrassen groeien traag, maar vormen na enkele jaren een stevige, betrouwbare pol die elk seizoen dichter en fraaier wordt.
Verzorging door de seizoenen heen
Het onderhoud blijft eenvoudig en volgt het natuurlijke ritme van de plant. Met een paar goede gewoontes geniet u jaar na jaar van een sterk resultaat.
Combineren in border en boeket
Het pijpenstrootje past mooi bij herfstasters, rudbeckia en andere vaste planten. De rechte lijnen brengen rust in gemengde borders en moderne tuinen. De pluimen zijn geschikt als snijbloem voor droogboeketten. Houd rekening met de eindhoogte en geef de plant voldoende ruimte.
PRO TIP : Pijpestrootje Karl Foester
Deze molinie houdt van frisse, vochtige grond en verdraagt zure, humeuze en kleiige bodems. Een doorlatende ondergrond voorkomt natte voeten in de winter. Op te droge, arme grond blijft de groei beperkt.
Laat de halmen de hele winter staan voor sierwaarde en beschutting. Knip ze pas laat in de winter of vroege lente terug, vlak boven de voet, zodat het nieuwe schot ongehinderd kan uitlopen.
De pol blijft aan de voet compact, maar de halmen reiken tot circa 200 cm hoog. Reken op ongeveer 60 tot 80 cm plantafstand, zodat de rechtopstaande vorm goed tot zijn recht komt in de border.







