Wit langs de waterkant
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Moerasaronskelk (x2)
De Moerasaronskelk, botanisch Zantedeschia aethiopica, is een forse vaste plant met zuiver witte schutbladen en glanzend groen loof. Deze set van twee knollen is bedoeld voor vochtige, warme plekken in de tuin.
Waarom kiezen voor de Zantedeschia aethiopica
Deze soort onderscheidt zich van kleinere, kleurrijke aronskelken door haar grootte en haar voorkeur voor natte grond. Ze verdraagt tijdelijk staand water en gedijt langs een vijverrand, iets wat de meeste tuinaronskelken niet aankunnen.
Na enkele jaren vormt de plant stevige pollen tot 60 cm hoog. De witte bloeischermen verschijnen in mei en juni en zijn uitstekend geschikt als snijbloem voor een boeket.
Waar plant u deze witte bloemen voor schaduw
Kies een zonnige of halfschaduwrijke plek in een oceanisch of gematigd klimaat. De grond moet blijvend vochtig zijn, bijvoorbeeld langs water of op een laag deel van de tuin. Ook in een pot of bak op een schotel met water groeit de plant goed.
Onderhoud door de seizoenen heen
Plant de knollen tussen september en mei, buiten de vorstperiode. De plant is winterhard tot ongeveer -5 °C, zone 9a. In koudere streken beschermt u de voet met een dikke laag mulch of rooit u de knollen.
In het voorjaar hervat de groei snel. Verwijder afgestorven blad na de winter zodat het jonge loof ruimte krijgt. Zo bouwt u seizoen na seizoen aan een steeds mooiere plant.
Combineren in een moderne of exotische tuin
De strakke witte schutbladen passen mooi in een moderne tuin en versterken een jungle-sfeer bij grootbladige planten. Combineer met andere vochtminnende soorten en verrijk uw beplanting met knollen uit het assortiment bloembollen voor een gelaagd geheel.
PRO TIP : Moerasaronskelk (x2)
Tot ongeveer -5 °C blijft de plant winterhard. In de meeste Nederlandse tuinen dekt u de voet af met een dikke laag mulch. In koude of natte streken kunt u de knollen beter rooien en vorstvrij bewaren.
Een zonnige tot halfschaduwrijke plek met blijvend vochtige grond, bijvoorbeeld langs een vijver of op een laag tuindeel. De plant verdraagt tijdelijk staand water, wat haar geschikt maakt voor natte hoeken.
Plant de knollen 5 tot 10 cm diep met de punt naar boven. Houd 40 tot 50 cm afstand aan zodat de pollen zich vrij kunnen ontwikkelen tot een vol, samenhangend geheel.


