Groen-witte elegantie
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Leliebloemige tulpen 'Greenstar' (x10)
De Leliebloemige tulpen 'Greenstar', botanisch Tulipa greenstar, verrast met slanke witte bloemen die door groene vlammen worden doorstreept. Deze tulp brengt in april en mei een verfijnde toets in de border.
Waarom kiezen voor deze groen-witte tulp
De spitse, teruggebogen bloemblaadjes zijn typisch voor de leliebloemige groep en geven een lichte, sierlijke uitstraling. Anders dan de klassieke gladde tulp behoudt 'Greenstar' zijn frisse groene tekening tot laat in de bloei.
Deze variëteit wordt ongeveer 60 cm hoog met een stevig, rechtopstaand gewas. De groei is matig en de bloemen openen zich geleidelijk, wat een langere sierperiode oplevert.
Waar en hoe plant u Tulipa greenstar
Kies een zonnige plek in goed doorlatende tuingrond. Zware, natte grond kunt u verbeteren met wat zand, want stilstaand water doet de bol snel wegrotten.
Plant de bollen tussen oktober en december, ruim voor de eerste strenge vorst. Deze tulp is winterhard tot -19 °C en verdraagt de Nederlandse winter goed.
Een frisse combinatie in border en vaas
In het bloembed komt 'Greenstar' mooi tot zijn recht tussen witte narcissen, blauwe druifjes of vergeet-mij-nietjes. De groene tinten sluiten aan bij het jonge lentegroen. Als snijbloem houdt deze tulp lang stand in de vaas.
Deze variëteit past goed in een collectie bloembollen voor een gespreide voorjaarsbloei.
Onderhoud door de seizoenen heen
Laat na de bloei het blad geel worden voordat u het verwijdert, zodat de bol reserves opbouwt voor volgend jaar. In goed doorlatende grond kunt u de bollen laten staan.
Op zware of natte grond rooit u de bollen beter na het afsterven van het loof en bewaart u ze droog. Zo blijft uw tulp jaar na jaar betrouwbaar bloeien.
PRO TIP : Leliebloemige tulpen 'Greenstar' (x10)
Plant de bollen tussen oktober en december, voordat de grond bevriest. Een zonnige plek in doorlatende grond geeft de beste bloei in april en mei. Zet ze op een diepte van ongeveer drie keer de bolhoogte.
In goed doorlatende grond kunt u de bollen laten staan. Laat het blad eerst geel worden zodat de bol reserves opbouwt. Op zware of natte grond rooit u ze beter en bewaart u ze droog tot het najaar.
De groene vlammen op de witte bloemblaadjes zijn kenmerkend voor deze variëteit en geen ziekteverschijnsel. Ze blijven tot laat in de bloei zichtbaar en geven de tulp zijn frisse, sierlijke uitstraling.



