Snelle groenscherming
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Katwilg
De Katwilg, botanisch Salix viminalis, is een snelgroeiende wilg die opvalt door zijn lange, buigzame twijgen en smalle bladeren. Deze inheemse soort voelt zich thuis in vochtige tuinen en levert al na enkele jaren een dichte, natuurlijke structuur.
Waarom kiezen voor deze robuuste wilg
De Katwilg groeit fors, met een breed en opgaand gestel dat tot ongeveer 600 cm hoog kan worden. In het vroege voorjaar, in april en mei, verschijnen groene katjes die vroege insecten aantrekken. Deze soort is uitstekend drachtig en ondersteunt zo de biodiversiteit in uw tuin.
Anders dan sierlijke treurwilgen wordt de Katwilg vooral gewaardeerd om zijn buigzame twijgen. Die zijn geschikt voor vlechtwerk en levende schuttingen. In vergelijking met andere soorten binnen het geslacht wilg blijft deze variëteit sober en functioneel.
Waar plant u de Salix viminalis het beste
Deze wilg gedijt op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in een vochtige, diepe en frisse bodem. Op een natte plek waar andere gewassen het lastig hebben, presteert hij uitstekend. De rusticiteit tot ongeveer -25 graden maakt hem betrouwbaar in het Nederlandse klimaat.
Reserveer voldoende ruimte, want de groei verloopt snel. Binnen enkele seizoenen vormt zich een stevige, dichte structuur.
Zo verzorgt u uw wilg door de seizoenen heen
De Katwilg vraagt weinig, maar reageert goed op de juiste gebaren. Plant hem in de rustperiode en geef in droge zomers ruim water, want de waterbehoefte is hoog.
Combineren in een natuurlijke tuin
Deze wilg past in een landelijke tuin en langs slootkanten of vijverranden. Combineer hem met andere planten voor vochtige bodem zoals els of gele lis voor een samenhangend geheel. Wie op zoek is naar structuurvormende bomen vindt in deze soort een dankbare, weinig ziektegevoelige keuze die seizoen na seizoen plezier geeft. Bij Willemse selecteren wij planten die betrouwbaar aanslaan.
PRO TIP : Katwilg
Plant de Katwilg tijdens de rustperiode, tussen november en maart, buiten strenge vorstperioden. In deze maanden slaat de wortel rustig aan en start de plant krachtig in het voorjaar. Kies een vochtige, diepe standplaats voor het beste resultaat.
Snoei in de late winter, voor de knopvorming. Door oudere takken kort terug te zetten of te knotten stimuleert u de vorming van veel jonge, buigzame twijgen. Herhaal dit jaarlijks voor een compacte plant en bruikbaar vlechtmateriaal.
Ja, deze wilg gedijt juist op vochtige tot natte grond en verdraagt tijdelijk drassige plekken goed. Langs sloten en vijverranden komt hij tot zijn recht. Op droge grond geeft u in warme zomers royaal water, want de waterbehoefte is hoog.











