Blad met allure
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Kastanjebladige astilbe
De Kastanjebladige astilbe, botanisch Rodgersia aesculifolia, dankt zijn naam aan het gebladerte dat sterk lijkt op dat van de paardenkastanje. Deze vaste plant kiest u voor het blad, minstens zo waardevol als de bloei.
Waarom deze imposante schaduwplant uw tuin verrijkt
Het grote, diep ingesneden gebladerte brengt structuur en volume in de halfschaduw. Bij het uitlopen kleuren de bladeren bronsachtig, om daarna dieper groen te worden. In mei tot juli verschijnen luchtige, roomkleurige bloempluimen boven het loof.
De plant vormt langzaam een breed, opgaand pol tot ongeveer honderd centimeter hoog. Na enkele jaren krijgt u een royale, blijvende structuurplant die elk voorjaar terugkomt.
Waar plant u de Rodgersia met succes
Deze soort houdt van een koele, vochtige en humusrijke standplaat op halfbeschaduwde plek. Vooral aan de rand van een vijver of beek voelt hij zich thuis. Als typische rodgersia tegen erosie aan waterpartijen houdt hij oevergrond stevig vast.
Voorzie een licht zure, altijd frisse bodem. In het Nederlandse klimaat is de vochtvoorziening zelden een probleem, maar mijd volle zon en droogte, want daar reageert het blad gevoelig op.
Praktische tips voor een geslaagde aanplant
Enkele eenvoudige gewoontes helpen u deze plant jarenlang gezond te houden.
Combineren en verzorgen door de seizoenen
Combineer deze plant met varens, hosta's en zeggen voor een natuurlijke oeverbeplanting. Binnen het aanbod aan vaste planten vormt hij een sterke structuurgever naast fijner blad. De verwante Rodgersia soorten sluiten er mooi op aan.
De plant is winterhard tot ongeveer -22 graden en vraagt weinig onderhoud. Knip verdord loof in het voorjaar weg. Slakken kunnen jong blad aantasten, dus houd jonge planten in het oog. Met geduld beloont deze trage groeier u seizoen na seizoen.
PRO TIP : Kastanjebladige astilbe
Kies een halfbeschaduwde plek met koele, vochtige en humusrijke grond. Vijverranden en beekoevers zijn ideaal. Vermijd volle zon en droge bodems, want daar verbrandt het blad snel.
De plant vormt een opgaand pol tot ongeveer honderd centimeter hoog. De groei verloopt traag, dus reken op enkele seizoenen voordat de plant zijn volle, royale omvang bereikt.
Houd de grond gelijkmatig vochtig en breng jaarlijks compost of bladaarde aan. Knip verdord loof in het voorjaar weg. Let bij jonge planten op slakken, die het jonge blad kunnen aantasten.







