Bloei tot in de herfst
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Herfstaster 'Stardust'
De Herfstaster 'Stardust', botanisch Aster ageratoides Stardust, brengt zachtroze sterbloemen tot laat in het seizoen. Deze aster bloeit van de zomer door tot in oktober en november, wanneer veel andere planten in de tuin al zijn uitgebloeid.
Waarom kiezen voor deze late bloeier
Deze variëteit onderscheidt zich door haar uitzonderlijk lange bloei. Terwijl klassieke herfstasters vaak pas in september beginnen, opent 'Stardust' haar bloemen al vroeger en houdt vol tot de eerste vorst.
De talrijke kleine, stervormige bloemen trekken bijen en vlinders aan. Als bijvriendelijke plant vormt zij een waardevolle voedselbron in een periode waarin bloeiende planten schaars worden.
Waar plant u deze aster het beste
Plant deze aster op een halfschaduwrijke plek in een doorlatende, frisse bodem. In het gematigde Nederlandse klimaat gedijt zij goed in borders en aan de rand van een beplanting.
Met een hoogte van ongeveer 60 cm en een spreidende groeiwijze vult zij na enkele jaren geleidelijk de ruimte op. De plant vormt zo een aaneengesloten, laag bloemtapijt.
Hoe evolueert de plant door de jaren heen
Deze aster is een winterharde vaste plant die bestand is tegen temperaturen tot -22°C. Jaar na jaar vormt zij steviger pollen en een rijkere bloei.
Combineer haar met siergrassen, zonnehoed of najaarsanemonen voor een natuurlijk ogende border. De roze bloemen passen ook goed bij witbloeiende soorten.
Bloemen om te snijden en te schikken
De lange stelen lenen zich uitstekend voor het snijden. Zo brengt u de late herfstsfeer in huis met vrolijke boeketten.
Wees alert op meeldauw bij te droge standplaatsen. Een frisse bodem en voldoende plantafstand houden het blad gezond en beperken dit risico.
PRO TIP : Herfstaster 'Stardust'
Plant deze aster in het voorjaar, in maart, april of mei, of in het najaar in september en oktober. Houd 35 tot 40 cm afstand aan en plant op ongeveer 13 cm diepte in een frisse, doorlatende bodem.
Een halfschaduwrijke plek met een frisse, goed doorlatende grond is ideaal. In te droge omstandigheden neemt de kans op meeldauw toe, dus zorg voor voldoende bodemvocht en ruimte tussen de planten.
Laat de stengels in de winter staan voor structuur en beschutting. Knip ze in het voorjaar terug tot vlak boven de grond. Zo vormt de plant jaar na jaar stevigere pollen en een rijkere bloei.















