Grijs blad, gele bloei
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Heiligenbloem Edward Bowles
De Heiligenbloem Edward Bowles, botanisch Santolina pinnata neapolitana Edward Bowles, is een grijsbladige vaste plant met een aromatisch loof en een zonnig karakter. U plant deze soort op een warme, open plek waar de grond snel opdroogt.
Deze santoline verkiest een schrale, goed doorlatende bodem en verdraagt droogte uitstekend. Na twee tot drie seizoenen vormt de plant een dicht, halfrond kussen van ongeveer 50 cm hoog en even breed, dat het hele jaar door zijn zilvergrijze kleur behoudt.
Wat maakt deze santoline bijzonder
Het fijn ingesneden, veerachtige blad onderscheidt Edward Bowles van de gewone Santolina chamaecyparissus, die kleiner en compacter blijft. Het loof geeft een zachte, kruidige geur af bij aanraking of op warme dagen.
In juni en juli verschijnen talrijke ronde, knoopvormige bloemhoofdjes in een heldere gele tint. Deze bloei is nectarrijk en trekt bijen en andere bestuivers aan.
Waar plant u deze grijze santoline
Kies een volle zon en een droge, drainerende ondergrond. De plant gedijt in rotstuinen, langs een zonnige border, als lage haag of in een grindtuin. Ze combineert mooi met lavendel, tijm en siergrassen.
Binnen het assortiment vaste planten past deze soort ideaal in een mediterraan geïnspireerde aanplant. In de zoekcategorie Santolina vindt u ook verwante grijze soorten voor een samenhangend geheel.
De juiste verzorging per seizoen
Deze santoline vraagt weinig, mits de grond droog en doorlatend blijft. Zware, natte klei in de winter is het voornaamste aandachtspunt en kan wortelrot veroorzaken.
Winterhardheid en groei op termijn
De plant is winterhard tot ongeveer -14°C (zone 7b) en verdraagt gemiddelde Nederlandse winters goed op een droge standplaats. Na enkele jaren vormt Willemse u een blijvend structuurelement dat vorm geeft aan de tuin, seizoen na seizoen.
PRO TIP : Heiligenbloem Edward Bowles
Kies een plek in volle zon met een droge, goed doorlatende bodem. Rotstuinen, grindtuinen en zonnige borders zijn ideaal. Vermijd zware, natte grond, want stilstaand water in de winter vergroot het risico op wortelrot.
De plant vormt na twee tot drie seizoenen een halfrond kussen van ongeveer 50 cm hoog en even breed. De gele, ronde bloemhoofdjes verschijnen in juni en juli boven het grijze loof.
Snoei in het voorjaar terug tot boven het jonge grijze blad, zodat het kussen dicht blijft. Geef geen extra mest en zorg voor een droge standplaats. Bescherm jonge planten bij strenge vorst met wat mulch.









