Wolk van roze bloemen
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Gipskruid Rosenschleier
Het Gipskruid Rosenschleier, botanisch Gypsophila paniculata Rosenschleier, vormt een luchtige wolk van talrijke kleine bloemen. Deze variëteit is gewaardeerd voor haar fijne bloei en haar tijdloze rol in boeketten.
Waarom voor deze luchtige gypsophile kiezen
Deze plant onderscheidt zich van het witbloeiende gypsophile door haar zachtroze tot lichtviolette tint. De dubbele bloempjes zijn dichter dan bij de botanische soort en verschijnen in grote aantallen van juni tot augustus.
Rosenschleier blijft compact met een hoogte van ongeveer 40 cm. Ze groeit snel en vormt na twee tot drie seizoenen een brede, dichte pol die betrouwbaar terugkeert.
De juiste plek in de tuin
Plant het Gipskruid op een zonnige plek. De plant heeft een goed doorlatende bodem nodig, bij voorkeur zandig of kalkhoudend. Zware, natte klei wordt slecht verdragen en kan wortelrot veroorzaken tijdens natte Nederlandse winters.
Deze soort verdraagt droogte goed zodra ze is aangeslagen. Dankzij een winterhardheid tot -28°C komt ze in het hele land betrouwbaar terug.
Combineren en gebruiken bij het tuinieren
De ijle structuur verzacht stevige bloeiers en past mooi tussen andere vaste plantenbloemen zoals lavendel, salie of rozen. In een border vult ze de open ruimtes met een sluier van kleur.
Als snijbloem is Rosenschleier bijzonder gewild. De fijne takken vullen boeketten en drogen goed voor duurzame decoratie.
Verzorging seizoen na seizoen
Het onderhoud is beperkt. Snoei de plant in het late najaar of vroege voorjaar terug tot boven de grond. Vermijd overmatige bemesting, want een schrale bodem geeft steviger stelen.
Een lichte steun helpt de fijne takken rechtop te houden bij regen of wind. Zo behoudt uw tuin plezier, seizoen na seizoen.
PRO TIP : Gipskruid Rosenschleier
Plant tussen maart en mei, zodra de vorst voorbij is. De bodem is dan voldoende opgewarmd, zodat de plant snel aanslaat en nog hetzelfde jaar een eerste bloei kan geven.
Kies een goed doorlatende, zandige of kalkhoudende bodem op een zonnige plek. Vermijd zware, natte grond, want stilstaand water in de winter veroorzaakt snel wortelrot bij deze soort.
Geef de plant bij bloei een lichte steun, bijvoorbeeld een discreet raster. Zo blijven de takken bij regen en wind overeind. Een schrale bodem geeft bovendien stevigere stelen.





