Oranje bloemen voor zonnige pot
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Gerbera oranje voor maanden kleur in pot en border
Gerbera oranje kiezen voor een zonnige plek
Gerbera jamesonii onderscheidt zich door stevige, rechtopstaande bloemstelen en grote oranje bloemen van mei tot september. De plant vormt een compacte bladrozet, wordt ongeveer 40 cm hoog en 30 cm breed, en past goed in een pot, bak of vooraan in een zonnige border.
Het blad is niet wintergroen: het groeit frisgroen in het seizoen en trekt zich terug bij kou. Balkon en terras krijgen met deze gerbera een duidelijke kleurtoets, zonder veel ruimte te vragen.
Gerbera jamesonii planten in pot of volle grond
Plant in april of mei, zodra de kans op nachtvorst klein is. Gebruik luchtige potgrond of goed doorlatende tuingrond; op natte grond kunnen wortels snel lijden. Houd 25 cm afstand tussen planten en zet de kluit net gelijk met het grondoppervlak.
Gerbera oranje verzorgen door het Nederlandse seizoen
Water geven mag matig: liever regelmatig kleine hoeveelheden dan een blijvend natte kluit. Tijdens warme, droge weken op een zuidterras kan extra water nodig zijn. Korte droogte verdraagt de plant beter dan wateroverlast, maar langdurig uitdrogen remt de bloei.
Verwijder uitgebloeide bloemen laag bij de basis. Geef van mei tot augustus om de twee tot drie weken vloeibare voeding voor bloeiende planten. Eenjarige planten zoals deze gerbera helpen om het tuinbeeld elk seizoen gericht aan te vullen.
Gerbera jamesonii bij kou, ziekten en combinaties
De plant is beperkt winterhard tot ongeveer -3 °C en moet in Nederland tegen vorst worden beschermd. Bij de eerste koude nachten zet u potten binnen, licht en vorstvrij. In volle grond wordt gerbera meestal als seizoenplant gebruikt.
Bij voldoende lucht en droge bladeren blijft Gerbera jamesonii doorgaans gezond. Let op bladluis, slakken en schimmel bij koel, nat weer. Combineer met lage siergrassen, salvia of witte zomerbloeiers; de stelen zijn ook geschikt als snijbloem in een vaas.
PRO TIP : Gerbera oranje
Plant in april of mei, bij voorkeur na de laatste nachtvorst. Kies een zonnige, beschutte plek en gebruik doorlatende grond of potgrond zodat regenwater goed weg kan.
De plant verdraagt slechts lichte vorst tot ongeveer -3 °C. In pot zet u haar voor de eerste koude nachten licht en vorstvrij. In de volle grond wordt zij meestal als eenjarige gekweekt.
Knip uitgebloeide stelen laag weg, geef matig water en voed van mei tot augustus om de twee à drie weken. Laat de kluit niet uitdrogen, maar voorkom natte voeten.
















