Groenblijvend en winterhard
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Beredruif
De Beredruif, botanisch Arctostaphylos uva-ursi, is een laagblijvende, groenblijvende bodembedekker die het hele jaar door structuur brengt in de tuin. Deze inheemse dwergstruik vormt een dicht, glanzend tapijt op plekken waar veel andere planten het lastig hebben.
Waarom kiezen voor deze groenblijvende bodembedekker
Deze plant blijft laag, ongeveer 25 cm hoog, en spreidt zich langzaam uit tot een gesloten mat. In april en mei verschijnen kleine wit-roze klokjes, gevolgd door rode bessen. De bloemen zijn drachtplanten en trekken bijen aan.
Na enkele jaren vormt de Beredruif een dichte, onderhoudsvriendelijke laag die onkruid onderdrukt. Als bodembedekker tegen onkruid in de bergen en winterharde plant tegen erosie op hellingen bewijst deze soort zijn nut op moeilijke terreinen.
Waar plant u de Beredruif het best
Deze soort houdt van een zonnige tot halfschaduwrijke plek en een goed doorlatende, zure grond. Zandige en steenachtige bodems zijn ideaal, natte grond verdraagt hij slecht. Zijn droogtetolerantie maakt hem geschikt voor Nederlandse tuinen met een schrale ondergrond.
Hoe zorgt u seizoen na seizoen goed voor deze plant
De Beredruif vraagt weinig verzorging, maar enkele goede gewoontes verhogen de kans op succes.
Hoe combineert u deze wintergroene plant in de tuin
Met een hardheid tot -28°C is deze plant uitstekend geschikt voor koudere streken en een tuin in de bergen. De rode bessen zijn eetbaar maar melig en flauw van smaak, in de keuken spelen ze een bescheiden rol. Tussen andere wintergroene heesters en verspreid tussen heesters met hogere groei brengt hij samenhang in borders die ook in de winter groen blijven.
PRO TIP : Beredruif
Beredruif (Arctostaphylos uva-ursi) en cranberry (Vaccinium) zijn twee verschillende planten die beide op zure, doorlatende grond groeien. Beredruif is een groenblijvende bodembedekker met melige rode bessen, cranberry levert grotere, zurige bessen. Ze worden soms samen aangeplant in heidetuinen.
Deze plant gedijt op een goed doorlatende, zure en eerder schrale bodem. Zand en steengruis zijn prima, natte of kalkrijke grond verdraagt hij slecht. Meng bij twijfel wat tuinturf door de aarde om de zuurgraad te verlagen.
De groei verloopt langzaam. In de eerste jaren breidt de plant zich geleidelijk uit tot een gesloten mat van ongeveer 25 cm hoog. Een ruime plantafstand en geduld leveren na enkele seizoenen een dichte, onderhoudsvriendelijke laag op.





















