Exotisch rood accent
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Australische cordyline Burgundy Spire®
De Australische cordyline Burgundy Spire®, botanisch Cordyline australis Burgundy Spire®, brengt een warm, exotisch accent in de tuin. U kiest deze variëteit voor het diep wijnrode blad dat het hele jaar sierwaarde geeft.
Plant hem op een zonnige of licht beschaderde plek, in een goed doorlatende bodem. Na enkele jaren vormt hij een opgaande, palmachtige silhouet van 2,5 tot 3 meter hoog, met een rustige groeisnelheid.
Waarom deze roodbladige cordyline opvalt
Het roodbruine, zwaardvormige blad onderscheidt deze plant van de klassieke groene soorten. De rechtopgaande vorm geeft structuur en hoogte, ideaal als solitair of in een pot op het terras. In juni tot augustus verschijnen geurende bloempluimen.
Waar plant u hem het best
Deze cordyline gedijt in de volle zon of halfschaduw. Hij verdraagt zilte zeewind en is daarom geschikt voor kusttuinen. De bodem mag fris, zandig, kleiig of neutraal zijn, mits goed doorlatend.
Binnen het aanbod aan cordyline vraagt deze variëteit om een beschutte standplaats, want de winterhardheid reikt tot ongeveer -8 °C.
Verzorging door de seizoenen heen
Geef matig water en laat de bodem tussendoor licht opdrogen. Tussen tussen sierheesters staat deze plant sterk, maar vorstbescherming blijft in ons klimaat noodzakelijk.
Hoe combineert u deze sierplant
Combineer het wijnrode blad met grassen, lavendel of grijsbladige planten voor een mediterrane sfeer. In een pot komt de opgaande vorm goed tot zijn recht op een warm, zonnig terras. Zo geniet u seizoen na seizoen van een fraaie tuindecoratie.
PRO TIP : Australische cordyline Burgundy Spire®
Plant hem in maart tot mei of in september en oktober, wanneer de grond voldoende opgewarmd is. Zo krijgen de wortels de tijd om zich te vestigen voor de eerste winter.
Hij verdraagt vorst tot ongeveer -8 °C. In het Nederlandse klimaat is winterbescherming aan te raden. Bescherm bij strenge vorst de voet en kroon, of plaats de pot in een vorstvrije ruimte.
Geef matig water en laat de bodem tussen twee beurten licht opdrogen. Een goed doorlatende grond voorkomt natte voeten. In pot droogt de aarde sneller uit, dus controleer regelmatig.











