Bloeit weelderig, leeft generaties lang
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Meidoorn – een robuuste doornstruik met witte bloesem en wilde uitstraling
De meidoorn (Crataegus monogyna) is een van de meest betrouwbare struiken voor een levend, soortenrijk tuin. Hij bloeit overvloedig in het voorjaar, trekt insecten en vogels aan, en vraagt weinig verzorging in ruil voor veel effect.
Wat maakt de Crataegus monogyna zo bijzonder?
De meidoorn is een langzaam groeiende struik met een brede, buissige groeiwijze. Uitgegroeid bereikt hij een hoogte van ongeveer 5 tot 7 meter met een vergelijkbare breedte. Het blad is groen, diep ingesneden en licht glossy. In de herfst verschijnen rode besjes, de zogenaamde meidoornbessen, die eetbaar zijn en gebruikt worden in jam en thee. De doornige takken maken hem bijzonder geschikt als ondoordringbare haag.
Waar plant je de meidoorn voor het beste resultaat?
Deze struik gedijt goed op een zonnige tot licht beschaduwde plek. Hij is weinig kieskeurig wat betreft bodem: zware klei, kalkrijke grond, zanderige of zelfs stenige ondergronden zijn geen probleem. Daarmee behoort hij tot de Heesters die ook in moeilijke tuinomstandigheden standhouden. Als onderdeel van Bloeiende Heesters scoort hij hoog door zijn witte bloesem in april tot juni, zijn mellifere eigenschappen en zijn waarde voor vogels.
Planten en de eerste jaren groeien
Plant de meidoorn bij voorkeur van oktober tot en met maart, buiten de vorstperioden. In het Nederlandse klimaat is dat goed haalbaar. Houd de eerste twee jaar rekening met de trage groei en geef de struik de tijd om te wortelen.
Onderhoud door de seizoenen heen
De meidoorn is nagenoeg onderhoudsvrijheid zodra hij is ingeburgerd. Hij verdraagt vorst tot -30°C en is daarmee een van de hardste heesters voor de Nederlandse tuin. De waterbehoefte is laag; hij overleeft droge perioden zonder problemen. Hij is weinig gevoelig voor ziekten, al kan meeldauw optreden bij slechte luchtstroom. Geef hem ruimte en hij beloont u met bloesem, besjes en een lange levensduur.
PRO TIP : Meidoorn
In Brummen staat een bekende oude meidoorn die geldt als monumentale boom. Crataegus monogyna komt van nature voor in de Gelderse landschappen en wordt er ook veel aangeplant langs erfgrenzen en als landschapshaag.
In Kerkdriel en de Bommelerwaard wordt de meidoorn traditioneel gebruikt als hakhoutstruik en als haaglijn. Hij past goed in het rivierenlandschap dankzij zijn tolerantie voor klei- en kalkrijke bodems die typisch zijn voor die streek.
Snoei de meidoorn direct na de bloei, eind juni, of vroeg in het voorjaar vóór de knopbreek. Gebruik stevig snoeigerei en bescherm uw handen tegen de doorns. Vermijd snoeien van augustus tot oktober om de bessen te sparen voor vogels.
De meidoorn is een trage groeier: reken op 20 tot 40 cm per jaar. Na vijf jaar begint hij een stabiele vorm aan te nemen. Geduld loont: eenmaal gevestigd leeft de struik tientallen jaren met weinig extra verzorging.
Zeker. De meidoorn vormt door zijn doornige takken een dichte, ondoordringbare haag. Plant drie struiken per strekkende meter voor een gesloten haag. Hij verdraagt stevige snoei goed en behoudt zijn dichtheid jaar na jaar.


















