Sterke pluim voor koele borders
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Geitenbaard, een sterke vaste plant voor koele halfschaduw
Aruncus dioicus: opbouw en uitstraling in de border
Geitenbaard vormt een opgaande pol met fijn geveerd, bladverliezend blad. Op volwassen leeftijd bereikt deze vaste plant doorgaans 140 tot 160 cm hoogte en 80 tot 100 cm breedte.
In het eerste jaar maakt hij vooral wortels. Vanaf het tweede tot derde jaar wordt de pol voller en verschijnen in juni en juli luchtige witte bloempluimen die bijen aantrekken.
Aruncus dioicus op de juiste standplaats planten
Deze soort groeit het best in halfschaduw, in humusrijke, frisse tot vochtige en goed drainerende grond. Ook zwaardere klei is geschikt, zolang water in de winter niet langdurig blijft staan.
Tussen Vaste plantenbloemen geeft hij hoogte en rust in een ruime border. Hij past goed bij varens, hosta's en rodgersia, en doet het ook mooi langs een vijverrand of achter in een beplanting.
Aruncus dioicus aanplanten en water geven
Plant bij voorkeur van oktober tot maart, buiten vorstperiodes. Houd 80 tot 100 cm afstand, zodat de pol zich goed kan ontwikkelen en het blad na regen sneller opdroogt.
Langdurige droogte verdraagt deze plant minder goed. Op droge zandgrond blijft de groei lager en kunnen bladranden in warme perioden verbranden.
Aruncus dioicus snoeien en onderhouden per seizoen
Aruncus dioicus is zeer winterhard, tot ongeveer -28°C. Vorst beschadigt de pol normaal niet; het blad sterft in de herfst af en loopt in het voorjaar weer betrouwbaar uit.
Snoei afgestorven stengels in februari of maart terug tot net boven de grond. Uitgebloeide pluimen kunt u eerder wegnemen of laten staan voor winterstructuur. Ziekten komen zelden voor; let vooral op slakken bij jonge scheuten en op omvallen in zeer rijke, natte grond.
PRO TIP : Geitenbaard
Plant bij voorkeur van oktober tot maart, zolang de grond niet bevroren is. In het voorjaar kan ook, maar geef dan in droge weken extra water zodat de wortels goed aanslaan.
Halfschaduw past goed, maar de bodem moet wel fris blijven. In droge schaduw groeit de pol kleiner en kunnen bladranden in de zomer verdrogen. Mulch en extra water helpen, maar een vochthoudende plek blijft beter.
Knip de afgestorven stengels in februari of maart terug tot net boven de grond. Verwijder desgewenst uitgebloeide pluimen eerder. Geef in droge perioden water en deel oude pollen alleen als ze te groot worden.








