Statig wit in de schaduw
Kenmerken
Esthetiek
Tuinieren
Locatie
Geitenbaard
De Geitenbaard, botanisch Aruncus dioicus, is een statige vaste plant met romige witte bloempluimen. Deze soort voelt zich thuis in de halfschaduw en op een frisse, vochthoudende bodem.
Waarom kiezen voor deze imposante vaste plant
De plant vormt na enkele jaren een breed, opgaand pol tot ongeveer 160 cm hoog. In juni en juli verschijnen luchtige, verenachtige pluimen die de tuin een verfijnde structuur geven.
Anders dan een spirea blijft de Aruncus dioicus jarenlang op zijn plaats zonder woekeren. De pluimen zijn mellifer en trekken bijen en zweefvliegen aan.
Waar plant u de geitenbaard witte bloemen het best
De halfschaduw komt deze plant het beste uit, al verdraagt hij ook lichte zon mits de grond fris blijft. Kies een drainerende, humusrijke bodem die vocht vasthoudt, ook op klei.
Als bloeiende bodembedekker voor moeras of langs een vijverrand geeft hij een natuurlijk effect. In het Nederlandse klimaat is de winterhardheid uitstekend, tot ongeveer -28 graden.
Verzorging door het jaar heen
De groeisnelheid is matig. Het eerste jaar bouwt de plant zijn wortelstelsel op, daarna neemt de forse omvang toe. Houd de bodem gelijkmatig vochtig, vooral tijdens droge zomerperiodes.
Mooie combinaties in de schaduwtuin
De geitenbaard combineert fraai met hosta's, varens en astilbe, die dezelfde frisse standplaats waarderen. In een border met vaste plantenbloemen brengt de plant hoogte en luchtigheid.
De soort is weinig gevoelig voor ziekten. Let vooral op uitdroging op te lichte grond, dat is het enige echte aandachtspunt voor een geslaagde teelt.
PRO TIP : Geitenbaard
Plant de geitenbaard bij voorkeur in het najaar, van oktober tot december, of in het vroege voorjaar van januari tot maart. De plant heeft dan tijd om te wortelen voor de zomer. Houd 80 tot 100 cm plantafstand aan.
Snoei de uitgebloeide pluimen weg in de zomer voor een verzorgd beeld. Laat het loof in de herfst staan als winterbescherming en knip het pas in het vroege voorjaar terug, net voordat de nieuwe groei begint.
De plant komt het best tot zijn recht in de halfschaduw. Lichte zon is mogelijk, maar dan moet de bodem constant fris en vochtig blijven. Op een te droge, zonnige plek verwelkt het loof snel.




















