Slaplantjes voor een snelle en gespreide oogst
Met slaplantjes start u snel met verse bladgroente, zonder eerst op kieming te wachten. Ze zijn geschikt voor teelt in potten, verhoogde bedden, koude kas en volle grond, zodat ook een klein terras productief kan worden.
U vindt hier jonge planten voor krop, pluk, romaine of eikenblad, met rassen die passen bij het koele, wisselvallige Nederlandse groeiseizoen. Binnen de moestuin geven ze vooral resultaat wanneer u in kleine aantallen plant en elke paar weken aanvult.
Gebruik ze als vroege voorjaarsteelt, snelle zomerteelt op een halfschaduwplek of najaarsteelt na bonen, erwten of vroege aardappelen. Zo blijft het groentebed langer in gebruik en oogst u precies wat u aan tafel nodig hebt.
Slaplantjes kiezen voor krop, pluk of bindsla
Kropsla vormt een compacte bol en vraagt wat meer ruimte om luchtig te blijven. Pluksla levert sneller losse bladeren en is handig wanneer u vaak kleine porties wilt snijden. Bindsla en romaine geven steviger blad voor salades en broodjes. Tussen andere moestuinplanten is pluksla vaak de meest flexibele keuze, omdat u buitenste bladeren oogst en het hart laat doorgroeien.
Jonge sla voor bakken, rijen en verhoogde bedden
Plant jonge sla in losse, voedzame grond die vocht vasthoudt maar niet nat blijft. Reken op ongeveer 20 tot 25 cm afstand voor pluksla en 30 cm voor grotere kroppen. In potten zijn drainagegaten en regelmatige watergift belangrijker dan diepte. Zet sla niet direct naast pompoenplanten die later veel ruimte innemen; benut liever de vroege weken voordat hun ranken sluiten.
Wanneer planten en hoe voorkomt u doorschieten?
In Nederland plant u meestal van maart tot juni en opnieuw vanaf eind augustus, zodra de grootste hitte voorbij is. Laat jonge planten eerst enkele dagen afharden op een beschutte plek. Bij felle zon of warme wind helpt lichte schaduw in de middag. Constante vochtigheid voorkomt stress, bitter blad en vroeg doorschieten, vooral op zandgrond en in bakken.
Met enkele vaste handelingen vergroot u de kans op een regelmatige, gezonde oogst.
- Plant bij bewolkt weer of aan het einde van de dag, zodat de wortels rustig aanslaan.
- Geef water aan de voet van de plant en vermijd een nat hart om rot te beperken.
- Controleer in het voorjaar dagelijks op slakken, vooral na regen en zachte nachten.
- Oogst buitenste bladeren met een schoon mes of schaartje en laat het groeipunt intact.
- Plant om de twee tot drie weken een kleine nieuwe reeks voor spreiding aan tafel.
Na enkele weken ziet u een bed met frisse, stevige bladeren waaruit u gericht kunt oogsten. Door rustig te spreiden en de planten goed te begeleiden, groeit uw ervaring mee met het seizoen en blijft het plezier van eigen sla telkens terugkomen.